Outsiders

26e zondag door het jaar, 30 september 2018
evangelie: Marcus 9,38-48
Numeri 11,25-29. Psalm 19,8-14. Jakobus 5,1-6

Het was in Rome. Wij, Passionisten van over de hele wereld hielden een conferentie over onze identiteit. Er werd een afbeelding getoond: een silhouet van een groep mensen die enthousiast hun handen uitstrekten naar een kruis. De afbeelding sprak iedereen aan; wij herkenden ons erin, omdat in de spiritualiteit van ons, Passionisten, het Lijden van Christus de centrale focus is. De afbeelding bleek echter… een reclamecampagne van een àndere kloosterorde te zijn. Dat veroorzaakte enige verwarring. Een jonge medebroeder sprong op en riep uit: “Maar dat is van ons!” Niet dus.

Tijdens die conferentie realiseerden wij ons allemaal meer dan ooit tevoren dat wij, Passionisten, in de Kerk geen monopolie hebben op de aandacht voor de Gekruisigde. Wij hebben er geen rècht op; wij hebben veeleer de bijzondere roeping om bij anderen die aandacht te wekken. Aandacht voor Christus Die gekruisigd werd, vergroot in mensen de aandacht voor allen die vandaag de dag een kruis dragen.

Dit is voor ons allen hier voor de hand liggend: binnen de Kerk, verbonden met Jezus Christus, is er geen ruimte voor hokjesgeest – maar voor de Heilige Geest, Die alles levend en één maakt. We vullen elkaar veeleer aan; de één legt meer nadruk op de rechtvaardigheid, de ander Benadrukt meer de barmhartigheid, zogezegd.

In feite geldt dit evenzeer voor degenen die formeel niet worden gerekend tot de Kerk. In deze tijd waarin mensen teleurgesteld en boos de Geloofsgemeenschap verlaten en wij ons misschien bedreigd voelen door kritiek die over ons heen komt, kun je de neiging krijgen om in de verdediging te schieten en je af te sluiten – alsof geloof, hoop en liefde het monopolie zouden zijn van “ons”.

Gods Heilige Geest wordt echter niet begrensd door onze manier van denken! Zien wij de aarde als een woestijn en moeten wij daarin het woord van God zaaien? Zien wij mensen die er niet bij (willen) horen als puur ongelovigen? Kan daar iets goeds van komen? [cf. Joh 1,46] De lezingen van vandaag helpen ons om met een andere blik om ons heen te kijken, om elkaar met andere ogen te zien: “wie niet tegen ons is, is voor ons” [Mk 9,40]. Jezus nodigt ons met zoveel woorden uit om óók buiten de geloofsgemeenschap bondgenoten te zoeken: mensen die wellicht een andere geloofsovertuiging of levensvisie hebben, maar wel het goede en waarachtige zoeken, zeggen en doen. Want wij geloven: al het goede komt van God; God is de goedheid zelf!

Het goede kan dus óók van buiten de eigen kring tot ons komen. Evenzo kan ook het kwade van bìnnenuit komen: leden van de geloofsgemeenschap die zich misdragen en het slechte voorbeeld geven. Dat is echt niet alleen iets van de recente geschiedenis; Jakobus – eerste eeuw! – bekritiseert al in zijn brief het wangedrag van misbruik van macht en hebzucht (cf. (de Tweede lezing vandaag): niet omdat de Kerk slecht is, maar omdat het kwade in de mens zit!

Berichten over misstanden (binnen en buiten de Kerk) zetten ons daarom – hopelijk – aan om óók naar ons eigen aandeel in het kwade te kijken. Het is wel erg gemakkelijk om het kwade op “de ander” te projecteren: de (katholieke) Kerk, de bisschoppen, de moslims, de Polen, de Marokkanen, de vluchtelingen, de jongeren, de rijken, de politiek, de elite, mijn leidinggevenden, mijn ouders – zo blijf je zelf buiten schot; het kwade, het gebrek, de fout is altijd bij “de ander”… Zo zien we over het hoofd dat óók van outsiders het goede van God kan komen en dat ook outsiders het goede van God kunnen ontvangen.

Wie niet leest en niet luistert, alleen afgaat op de headlines en de beelden, ziet de ander niet meer staan. Wie niet leest en niet luistert ontgaat bovendien nog z’n eigen roeping. Voordat we er zelf erg in hebben, is onze blik verengd, zoals die op die conferentie in Rome, waar een medebroeder meende dat de Gekruisigde alleen van de Passionisten zou zijn of zoals gelovigen die menen dat God en al het goede erbij er alleen voor hen zou zijn [cf. Lk 4,23-31].

Jezus drukt ons op het hart om mensen buiten de eigen kring niet te beletten om goed te zijn. Momenteel is het bepaald niet “sexy” of “in” om gelovig te zijn en je gelovig te noemen. Juist daarom kunnen wij mensen die vanuit een andere motivatie of achtergrond “goed bezig” zijn, nu nog beter dan voorheen herkennen als bondgenoten. Dan kunnen we elkaar meenemen op die weg die Jezus ons voorgaat: op school, op het werk, in de buurt, over de grenzen van afkomst en geloof heen.

Jezus spreekt over het geven van een beker water [Mk 9,41] : het is iets kleins, misschien, eenvoudig, maar tegelijkertijd leven gevend.

Misschien zijn we of voelen wij ons zelf outsiders: doordat we buitengesloten worden of door toedoen van onszelf. Jezus wil echter iedereen laten delen in het goede van God en zo tot insiders maken [cf. Joh 10,16].

Laten we ons dan hier, rond Zijn tafel, realiseren dat wij niet te min zijn, maar geliefd: we worden uitgenodigd en gevoed om “binnen het kamp” of “buiten het kamp” [Num 11,26-29. Mk 9,38-40] in Zijn Geest mee te werken en te doen zoals Hij: mogen wij zo samen het geluk vinden dat de Eeuwige voor de mens heeft bedoeld. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland cp, Provinciaal van de Passionisten in Nederland