Mentaliteitsverandering

21e zondag door het jaar, 26 augustus 2018
evangelie: Johannes 6,60-69
Jozua 24,1-2a.15-18b. Psalm 34. Efesiërs 5,21-32


In Nederland zijn we als Kerk door een diepe krisis gegaan. Elders komen nu misstanden uit het recente verleden aan het licht. De consequenties zijn enorm: voor de mensen wier leven ernstig beschadigd is èn voor de mensen die wel integer zijn in de geloofsgemeenschap, voor de geloofwaardigheid van het Evangelie èn voor de wereld die zoveel behoefte heeft aan waarachtigheid en een visioen om voor te gáán. Voor mij persoonlijk is “Pennsylvania” weer een confrontatie met een verleden dat mij vreemd is, maar waar ik wel ambtelijk verantwoordelijkheid voor draag. Wóédend ben ik dat mensen hun vertrouwen en verantwoordelijkheid zo verzaken!

De apostel Paulus wordt wel gezien als de aanstichter van veel huidige problemen. Slavernij, Jodenhaat, discriminatie van homo’s en lesbiennes, de achterstelling van de vrouw enz. – het zou allemaal afkomstig zijn van “de Apostel van de heidenen”.

Wie de Bijbel van kaft tot kaft wil lezen – want: wat staat er nu echt? – strandt waarschijnlijk in de wetsteksten van Mozes. Wie met het Nieuwe Testament begint (op zich een beter idee), struikelt dan net zo waarschijnlijk over de teksten van Paulus. Er is echt studie nodig om de Bijbel te begrijpen; als we alleen afgaan op “wat er letterlijk staat”, worden we fundamentalisten of atheïsten.

Zo’n gedeelte uit de brieven van Paulus [en die aan hem worden toegeschreven] kan een krachtige eerste reactie oproepen. Maar laten we ons vervolgens wel een paar dingen realiseren. Ten eerste, de brieven van Paulus zijn toegepaste theologie: Paulus schrijft aan de christenen van een bepaalde plaats – de stad Efese deze keer – omdat daar bepaalde problemen zijn. Hij reageert op dingen die spelen en hem ter ore zijn gekomen. Paulus’ brieven zijn wel heilige Schrift, geïnspireerd door God, maar je moet wat hij schrijft wel in de context van toen blijven zien. Hij schrijft niet zomaar ‘wat wij moeten doen.’ In het licht van het geloof in Jezus Christus helpt hij mensen in hun concrete situatie om beter, d.w.z. waarlijk christelijk, te leven.

Ten tweede, wij zijn allen kinderen van onze tijd; wij leven in de 21e eeuw. Als wij beelden gebruiken om iets uit te leggen, komen die altijd uit ons dagelijkse leven. Zo is dat ook bij Paulus: de waarden en de waarheid die hij van Godswege overbrengt, verpakt hij in voorbeelden die voor de mensen van toen verstaanbaar waren.

Tenslotte, misschien wel het belangrijkste: elke brief vormt een gehéél. Paulus bouwt steeds als een redenaar zijn betoog op en gebruikt daarbij allerlei “foefjes”/stijlmiddelen om de boodschap over te brengen: hij overdrijft, creëert tegenstellingen, stelt retorische vragen enz.. Dit betekent dat je nóóit zomaar een zinnetje uit Paulus’ brieven kunt halen en zeggen: “De Bijbel zegt dit-of-dat; kijk dan, het stáát er toch?!”

Zo is het in het verleden echter wel gegaan: Paulus’ nieuwe, waarlijk christelijke houding jegens slaven is ons eeuwen lang ontgaan: slaven moeten als broeders en zusters in het geloof worden bejegend en als zodanig als gelijken, zegt Paulus [Film 15-17 cf. Kol 3,11]. Hij heeft daarmee een serieuze stap gezet op weg naar de afschaffing van de slavernij [cf. Joz 24,17a]. Maar we hebben het niet gezien, of niet willen zien.

Joden haatte hij niet [cf. 1Kor 2,8]. Paulus was nota bene zelf een Jood! Maar de Joden die vasthielden aan de Wet van Mozes en niet geloofden in Christus, probeerde hij met alle retorische middelen te overtuigen. Bovendien probeerde Paulus zijn volksgenoten zo te overreden om niet-Joden voortaan te accepteren als volwaardige leden van Gods Volk.

Evenzo lijkt het alsof Paulus homo’s en lesbiennes veroordeelt; het stáát er toch? [Rm 1,26v]. Maar wie zijn uitspraken leest in de context, realiseert zich dat Paulus helemaal geen moeite met hen heeft. In tegendeel zelfs! Net als voor alle andere mensen is er maar één norm: die van de liefde [Rm 13,8vv]. Dáár moet het over gaan, zegt hij in navolging van Christus [Lk 7,47. Joh 13,34].

De Tweede lezing van vandaag is precies zo’n lezing die door verkeerd lezen heeft geleid tot misstanden. “Vrouwen weest onderdanig aan uw man als aan de Heer” [Ef 5,22]. Ja, dat staat er. Maar wie het daarbij laat, ziet de zin ervoor over het hoofd: “Broeders en zusters, weest elkaar onderdanig uit ontzag voor Christus” [Ef 5,21]. Dit is de inzet van wat volgt: weest elkáár onderdanig uit ontzag voor Christus.

Paulus begint zijn uitleg met wat herkenbaar is in die samenleving toen: de vrouw moet onderdanig zijn aan de man, met een vergelijking waaruit blijkt dat de man de leiding heeft. Zo stemt hij in ieder geval de mannen onder zijn gehoor gunstig. Die positieve houding wil Paulus juist bij de mannen opwekken, om het nieuwe, het christelijke, beter bij hen te laten aankomen: in Christus’ naam moeten de mannen àlles overhebben voor hun vrouw; ze moeten haar liefhebben zoals zichzelf; voor haar moeten zij zichzelf opofferen, zoals Christus Zich voor ons heeft opgeofferd [Ef 5,25-33]. Dàt is ontzag voor Christus. Dàt is gelovig leven. Dàt is christelijk samenleven!

Daarenboven buigt Paulus zo – a.h.w. ongemerkt – de taal om.! Want eerst gaat het om onderdanigheid (aan elkaar): de taal en de eis van de samenleving. Maar uiteindelijk spreekt hij over luisteren naar elkaar, de (wederzijdse) liefde, de liefde zoals Christus die heeft voorgeleefd en essentieel en existentieel één worden [cf. Joh 17,1-26. Ga 3,28]; een totále mentaliteitsverandering. Meesterlijk!

Het is zonde als de bevrijdende boodschap van het Evangelie wordt misverstaan en mensen weglopen. Het is zonde als mensen het Evangelie te ver vinden gaan en hun eigen weg volgen [Joh 6,66]; ze lopen veel mis [Joh 6,68 cf. Ps 34,16.18-21.23]. Fundamentalisme en atheïsme lopen uit op niets. Het is evenwel zonde-in-het-kwadraat als onze voorgangers in het geloof in hun hart afhaken maar wel doorgaan in hun verantwoordelijke functie: ouders, leraars, herders, begeleiders. De door hen veroorzaakte schade aan anderen en aan zichzelf [cf. Ps 34.17.22] is niet te beschrijven…

Jezus stelt Zijn leerlingen voor de keuze. Voor het aangezicht van Christus zijn wij vrij om Hem wel of niet te volgen [Joh 6,67 cf. Joz 24,15]. Maar omdat de Schrift niet altijd duidelijk is en het dagelijkse leven zo ingewikkeld is, moeten we elkaar helpen om waarachtig christelijke keuzes te maken, óók als onze herders en anderen het laten afweten: de keuzes die voeren tot het goede leven dat in Gods ogen eeuwigheidswaarde heeft. Moge het vieren van de Eucharistie ons inspireren en sterken op deze weg: omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland