Brood-nodig

20e zondag door het jaar, 19 augustus 2018
evangelie: Johannes 6,51-58
Spreuken 9,1-6. Psalm 34, Efesiërs 5,15-20

Het komt niet vaak voor, een lezing uit het boek Spreuken: een verzameling wijze uitspraken die in het volk Israël in de loop van eeuwen bijeengebracht zijn, sinds koning Salomo. Daarom heeft dit Bijbelboek in de Joodse traditie een groot gezag: het boek Spreuken is geen boekenwijsheid; het bevat levenswijsheid. Ook sommige van onze spreekwoorden en gezegden vinden we daar terug. Maar wij kennen uiteraard ook gezegden die van elders komen. Bijvoorbeeld: “Je gezondheid, dat is toch maar het belangrijkste.” We zeggen het misschien zelf ook, achteloos, want “het is toch zo?” Zou dit gezegde in het boek der Spreuken passen? “Je gezondheid, dat is toch maar het belangrijkste,” is dat levenswijsheid?

Niemand twijfelt eraan dat gezondheid enorm belangrijk is: “als je gezond bent, ben je rijk,” kun je gaan en staan waar je wilt, je voelt je goed. Maar wie ziek wordt, ook ernstig ziek, kan ontdekken dat er nòg belangrijkere dingen zijn dan gezondheid. Gelukkig maar, want wij zullen allemaal onze gezondheid een keer verliezen. Toch betekent dit niet dat de toekomst van ieder van ons ellendig is! [cf. Rom 8,20]

Ik kom graag bij het gezin van een beste vriend. De oudste dochter is meervoudig gehandicapt. Dan realiseer ik mij hoe gezond ik ben, al heb ik soms migraine. Maar als ik zie hoe goed alle gezinsleden met elkaar omgaan, besef ik bovendien dat er belangrijkere dingen zijn dan gezondheid: dat je goede mensen om je heen hebt [cf. Jezus en Zijn apostelen] en dat je begrijpt en beleeft dat het leven zin heeft, een doel [cf. Joh 13,3]. In het licht van die situatie wordt duidelijk: mensen die vinden dat ze volkomen gezond zijn, maar eenzaam en wantrouwend [Rm 14,7] of doelloos door het leven gaan [vs. Fil 3,12-14 etc.], zijn bepaald niet beter af.

Wijsheid, de wijsheid die geprezen wordt in de Eerste lezing, is geen boekenwijsheid, maar is een doorleefde wijsheid [Spr 9,4]. Geen enkel leven gaat over rozen en aan rozen zitten doorns. Maar degenen die levenswijsheid hebben, wie door de ervaring van liefde èn tegenslag innerlijk weten in wat waardevol is in het leven en wie (door hun geloof) over de horizon van het lijden heen kunnen kijken – al is het maar even – die kunnen beter omgaan met de onvolmaaktheid en de onzekerheid van het aardse bestaan. Kinderen, óók ernstig gehandicapten, kunnen dikwijls de weg wijzen, omdat zij een intuïtieve wijsheid hebben die veel volwassenen zijn kwijtgeraakt [Mt 18,3 cf. 11,25].

In de Eerste lezing wordt het beeld gebruikt van het vlees [Spr 9,2] en het brood van de Wijsheid: dat moeten we eten om te leven. “Eet van mijn brood en je zult leven,” zegt de Wijsheid [Spr 9,5]. M.a.w., de Wijsheid moeten we tot ons nemen, ons eigen maken; dàn leef je pas echt! In het licht van deze woorden uit het boek Spreuken, is Jezus’ uitspraak in het evangelie niet zo ingewikkeld: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wie van dit brood eet, zal leven, nu en tot in eeuwigheid” [Joh 6,51 cf. Spr 9,5. Sir 24,19-21]. Hij is de Wijsheid “van boven” en wie dàt vlees, dat brood eet, wie Zijn woorden tot zich neemt en Zijn manier van leven zich eigen maakt, zal leven, voorgoed.

Jezus’ toehoorders snappen er echter helemaal niks van. Zij zien niet in dat Jezus een beeld uit het Boek der Spreuken gebruikt: “Hoe kan hij brood zijn uit de hemel; hij is toch gewoon de zoon van de timmerman hier uit het dorp?” [Mk 6,3. Joh 6,42] Wij begrijpen dat Jezus de Wijsheid van God belichaamt. Maar Zijn toehoorders toen verstonden het veel te letterlijk: “We zijn toch geen kannibalen?!” [Joh 6,52]. Ja, als je geen taalgevoel hebt en de Schrift en de traditie niet goed kent, kun je Jezus dus ook tè letterlijk nemen!

“Maar heeft Jezus het hier dan niet over de Eucharistie?” Wel, voor Zijn toehoorders toentertijd in ieder geval niet. Het Laatste Avondmaal had immers nog niet plaatsgevonden. Maar wie ná het Laatste Avondmaal verneemt dat Jezus brood neemt, zegent, breekt en deelt [Joh 6,11] en zegt dat Hij het brood uit de hemel is [Joh 6,51], die hoort Hem zeggen: “Dit is Mijn lichaam” [Mk 14,22. 1Kor 11,24a]. Voor ons gaat het evangelie van vandaag dus óók over de Eucharistie.

Toch kan ook dit nog steeds misverstaan worden, zelfs door vrome katholieken! Zo bleek onlangs in het televisieprogramma “Kijken in de ziel”. Want je kunt wel zeggen dat het eucharistische brood “echt” het lichaam van Christus is [legt de geïnterviewde zo de praesentia realis uit?], maar dan moet je er wel bij zeggen: “op een verborgen manier, namelijk onder de gedaante van brood;” (het is een geloofsmysterie).

Daarom, – terug naar het boek Spreuken – als wij eten van het Brood dat Jezus ons geeft, openen wij niet alleen onze mond, maar ook ons hart en verstand, om daarmee te groeien in de Wijsheid van God. De Levenswijsheid die Jezus belichaamde en ons voorleefde, maken wij ons door het eucharistische Brood echt [cf. Joh 6,55: verus: het echte/ware voedsel] eigen. Wij ontvangen Hem en worden door Hem meegenomen [= genade]. Van binnenuit gaan wij steeds meer daarnaar leven en op Hem lijken, zoals Paulus beschrijft in de Tweede lezing [Ef 5,15-20 cf. Ps 34,14v]. Daar wordt een mens gelukkiger, ja gezonder van!

Juist omdat wij zo kwetsbaar zijn, is onze geestelijke en lichamelijke gezondheid zo belangrijk. Er is evenwel geen tegenstelling tussen gezondheid en geloof, tussen het medische en het religieuze, tussen wat geschapen is en “wat uit de hemel is neergedaald.” Geen tegenstelling, integendeel; door Gods genade worden wij van nature beter. Want wij worden geestelijk en lichamelijk gezonder, sterker, weerbaarder, liefdevoller, als wij groeien in de wijsheid en het geloof/ basisvertrouwen dat ons in Woord en Brood van Godswege wordt aangereikt.

Laten wij daarom bij gezondheid en ziekte, bij voorspoed en bij tegenslag hier blijven vieren, vieren dat God Zelf ons door Zijn Zoon samenbrengt en zo ons met Zich samenhoudt. Op weg naar huis voedt Hij ons overvloedig met alles wat wij brood-nodig hebben om te léven, nu en hierna [Joh 6,58]. Goddank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland