Het goede leven

18e zondag door het jaar, 5 augustus 2018
evangelie: Johannes 6,24-35
Exodus 16,2-4.12-15. Psalm 78. Efesiërs 4,17.20-24

Overdrijven is een vak. Maar in de retorica is het een gewoon onderdeel. We zien het dagelijks in de Tweede Kamer. Ook de apostel Paulus is er goed in. Ik vermoed dat er bij het voorlezen van zijn brieven heel wat gegniffeld is. Maar zijn overdrijvingen waren wel effectief; hij maakte zo wel duidelijk hoe serieus de zaak is.

Paulus spreekt over oude mens met zijn bedrieglijke begeerten en zijn dwalende manier van denken. Daarmee spreekt hij Joden en heidenen in Efese aan die Christus hebben leren kennen, maar toch in hun oude patronen zijn blijven hangen: Christus als een soort van rechtvaardiging van wat we toch al dachten en doen. Maar als je het Evangelie goed leest, als je werkelijk leerling wordt, kan het je hele leven en je manier van denken op z’n kop zetten – zelfs al ben je vanaf het begin gelovig opgevoed.

Zo gebeurt dat ook in het evangelie dat we vandaag lezen. Al degenen die vandaag worden aangesproken, volgen Jezus al. Zij zoeken het goede leven en ze doen er ook echt moeite voor [Joh 6,24]. Maar Jezus stelt vragen bij hun motivatie en hun houding, de binnenkant. Misschien herkennen wij ons in Zijn kritiek.

Jezus verwijt Zijn volgelingen dat ze teveel gericht zijn op datgene wat van voorbijgaande aard is: “Jullie volgen Mij omdat je je buik hebt rond gegeten” [Joh 6,26]. Jullie volgen Mij omdat je er een goed gevoel bij krijgt. Jullie volgen Mij om Mij te zien. Maar wat als jullie Mij niet meer zien? [Mt 23,39] Wat als je er geen gevoel meer bij hebt? [Lk 24,21] Want ja, gevoel komt en gaat; daar kun je niet op bouwen [cf. Mt 7,24-27]. Jezus wijst de mensen die Hem volgen erop dat, als ze hun geloof niet willen verliezen, ze er niet op gefocust moeten zijn op de ervaring. Zij die gaan van beleving naar beleving, zijn bezig hun directe behoefte te bevredigen, hun spirituele buik vol te eten. Het ene “wonder” moet het andere “wonder” overtreffen; zij zijn voortdurend op zoek om te ervaren dat ze geloven. Het voelt geweldig! Maar Paulus zou dit een bedrieglijke begeerte noemen, want bij tegenslag blijkt hun geloof ineens verdampt [Mt 13,20v]. Dat wordt wel duidelijk bij de Kruisiging.

Het evangelie spreekt dan ook niet over wonderen, maar over tekens. Wat Jezus doet, zijn tekens: de broodvermenigvuldiging, de genezingen, zij verwijzen ernaar dat God het leven geeft, vaak op wonderlijke wijze [bijv. Ps 78,23-25: Ex 16]. Alles wat Jezus doet, verwijst ernaar dat Gods Rijk nu reeds aanbreekt, wanneer mensen met Hem de Weg gaan [Mk 1,17]. Kortom, de oude mens zoekt eerst het bewijs, de ervaring, het gevoel [1Kor 1,22]. Maar Jezus nodigt ons uit om eerst te vertrouwen en met Hem op weg te gaan. Pas vanuit die vertrouwensrelatie kunnen we gaan ervaren dat Hij met ons is en het leven geeft [Mt 28,20b. Joh 10,10]. Dat is het goede leven.

De oude mens verlangt ernaar om steeds weer te ervaren, te beleven, anders kan hij niet geloven. Maar ook met zijn gedachte over wat geloven is, zit hij op een dwaalspoor. Voor de oude mens is geloven het vervullen van een religieuze plicht: “Welke werken moeten wij voor God verrichten” [Joh 6,28], vragen de volgelingen zich af. We zien dit bijv. bij joden die precies weten hoeveel geboden en verboden er staan in de Torah, bij christenen die naar de kerk gaan, maar hun naaste voorbij lopen, en bij moslims die vinden dat ze een goede gelovige zijn omdat ze de ramadan hebben volbracht.

Maar volgens Jezus is geloven geen prestatie, geen checklist. Een geloofsleven is niet het voldoen aan de verwachtingen van God [cf. Ga 2,21]. Het werk dat wij dienen te verrichten voor God is “geloven” [Joh 6,29]. Bij werk en activiteit denken wij doorgaans aan de handen uit de mouwen; wat moeten wij dóén? Maar er is naast het lichamelijke ook een innerlijk doen, in ons hoofd en in ons hart: wij denken, willen en beslissen, wij hebben lief, hopen en geloven. Misschien besteden we niet zoveel aandacht aan het doen dat zich in ons afspeelt, maar die innerlijke activiteiten zijn in feite veel belangrijker (fundamenteler), omdat zij onze uiterlijke handelingen sturen en bepalen.

Jezus nodigt ons van Godswege uit om in Hem te geloven, met Hem een vertrouwens-relatie aan te gaan. Ik denk dan aan de vakantie: als je een nieuwe tent zoekt, richt je je tot een ervaren kampeerder die je kent: die kun je vertrouwen; die kan het weten; die heeft ervaring. Je gelooft hem op zijn woord als hij zegt dat je het beste die ene tent kunt nemen. En je doet het.

Geloofsvertrouwen gaat veel dieper, maar gaat in principe ook zo. Er zijn mensen die praten over het goede leven als “genieten”, waarmee bedoeld wordt: samen leuke dingen doen en verder moet er niemand aan mijn hoofd zeuren. Het doet mij denken aan het verhaal van de rijke die dagelijks feest vierde en de poort stevig dicht hield, terwijl de arme Lazarus halfdood voor zijn deur lag. Dat liep voor beiden niet goed af [Lk 16,19-31].

Als je zoekt naar richting voor je leven, als je het goede leven wilt, dan kun je je beter richten tot Degene Die uit ervaring als geen ander weet wat het goede leven is en Die ons dat leven geeft [Joh 6,33-35]. We raken buiten adem, buiten levensadem en komen inspiratie tekort, als we bij ons denken en willen niet voor ogen houden wat eeuwigheidswaarde heeft. Paulus roept daarom op om de oude mens af te leggen, met alle gedachten en verlangens erbij [Ef 4,22v]. “Bekleed je met de nieuwe mens!” [Ef 4,24]: niet als een jas die je even uittrekt als het begint te schuren, maar als een beschermende tweede huid die je van binnen vernieuwt.

Eucharistie vieren is daarom geen quaestie van je buik rond eten en ook niet van het vervullen van een godsdienstige plicht. Eucharistie vieren is van harte ingaan op de uitnodiging die Jezus ons doet om je levensweg te gaan met Hem. Zo kan een band van vertrouwen groeien die richting geeft aan heel ons denken en willen en beslissen, die richting geeft aan ons liefhebben, hopen en geloven en aan alles wat uit onze handen komt. Mogen wij langs die weg ontdekken wat het goede leven is dat niet voorbijgaat: met hart en hoofd en handen. Amen.


Pater Mark-Robin Hoogland C.P.
, Provinciaal van de Passionisten in Nederland