Vakantie even uitgesteld

16e zondag door het jaar, 22 juli 2018
evangelie: Marcus 6,30-34
Jeremia 23,1-6. Psalm 23. (Efesiërs 2,13-18)

Vakantie is de tijd om vrij te zijn, om even helemaal leeg te worden – het woord zelf zegt het al; het Latijnse vacare betekent leeg zijn. Maar waar vind je nog rust, echte rust? Retraite in een klooster. Of, twee weken geleden heb ik drie dagen gefietst in Twente, zonder wifi. Ja, dàt was rust. Heerlijk!

Maar rust is zeldzaam: door onze eigen keuzes om zoveel mogelijk te beleven en te doen en altijd bereikbaar te zijn, maar ook door wat er van buitenaf op ons afkomt: de zorg om je familie, je leidinggevende die veel van je verwacht, mensen in je bredere omgeving die hulp en aandacht vragen; en voortdurend worden we bestookt met berichten over het klimaat, de sport en de politiek. Ja, het leven is druk en óók de vakantietijd is dikwijls verre van “leeg”.

Op zich is dit niet nieuw: toen er nog geen wasmachines waren, ging er veel meer tijd zitten in de was. De tijd die sindsdien vrijgekomen is, werd echter geen rustige vrije tijd; we hebben haar opgevuld met meer werk en andere activiteiten; het leven is daarom nog drukker geworden dan eerst, omdat we nu in dezelfde tijd gewoon veel meer doen.

Wie moe wordt, denkt aan zichzelf: het scherm is vol; “ik heb rust nodig, om de batterijen op te laden,” zoals dat heet. Heel goed. Want niemand heeft er wat aan als jij over de kop gaat. Aan de andere kant, als wij voortdurend moe zijn, als wij uitgeput raken, kunnen we ook geheel op onszelf gericht worden. “Ik doe alleen nog maar wat ik zelf nodig heb. Ik heb helemaal geen zin meer in quaesties rond de verzorgingstehuizen, vluchtelingen en het milieu, het gedoe van de buren, mijn collega’s en vrienden. Als ik maar een beetje rustig kan leven.” We kunnen dan weinig meer hebben. Vooral als we overspoeld worden door van alles wat er op ons afkomt en wij ons er machteloos bij voelen, zijn we eerder geneigd om ons af te sluiten.

Tijd voor jezelf om je terug te trekken uit de drukte en contact te maken met je diepere lagen en nader tot God te komen, is niet egoïstisch, maar een algemene menselijke behoefte. Het is noodzakelijk! In het Evangelie zien we hoe Jezus regelmatig afstand neemt van de drukte en zelfs van Zijn vrienden. Hij leert hun vandaag om dit ook zelf te doen: “Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten” [Mk 6,31].

Deze keer lukt dat dus niet. Het is herkenbaar misschien: juist als je de rust zo nodig hebt, komt er wat tussen, of beter: komt er iemand tussen of een meerdere iemanden. Het lijkt alsof Jezus dan toch maar ingaat op de vraag van de mensen om aandacht [Mk 6,34b]. Gewoon doorgaan, is dat het? Als je het Bijbelverhaal van vandaag zo leest, is het een vervreemdend verhaal: “Hij kan dat misschien, maar ik kan dat niet.” Door dit verhaal mogen wij erop vertrouwen dat de Heer altijd aandacht zal hebben voor ons – Hij is nooit te druk – maar verder zou dit evangelie dan weinig te maken hebben met ons eigen leven.

Maar lees eens goed: “Bij het zien van de menigte werd Hij tot in Zijn ingewanden beroerd, omdat zij waren als schapen zonder herder” [Mk 6,34a]. Wat Hij ziet, ráákt Hem. Het laat Hem niet koud dat zij zo te lijden hebben. En daar begint het mee! Als je diep bewogen wordt, ga je over een drempel heen: over de drempel van het grote IK. Als je echt om iemand geeft, als je de mens ziet achter het lijden, blijk je dikwijls toch de ruimte te hebben, de innerlijke ruimte, waardoor je je armen kunt openen. Meer nog, als je de pijn van anderen voelt in je eigen hart, wil je ervoor kiezen om er voor hen te zijn en tenminste iets bij te dragen aan de verbetering van hun situatie – al is het maar een luisterend oor.

Soms staat zulke barmhartigheid op gespannen voet met je eerste impuls: zoeken naar rust, voor jezelf; innerlijke rust, rust om je heen. Of je realiseert je dat je aan je grens bent gekomen. Niemand anders dan jijzelf kan die grens ervaren.

Als wij evenwel de grens bij voorbaat al op nul hebben gezet, ons afgesloten hebben voor het leed om ons heen en de moeilijke vragen (want het maakt ons ongelukkig en we kunnen er zogenaamd toch niks aan doen), als wij alleen maar hard werken of bezorgd zijn dat we zelf niets tekort komen (anderen moeten het zelf maar uitzoeken), dan bouwen we met elkaar een wereld op waarin het geluk ver is te zoeken: hoezo, “U Rijk kome”? [Onze Vader] Zeker, ieder moet zijn eigen beslissingen nemen, maar in het licht van het Evangelie is het moeilijk uit te leggen dat je 3x per jaar uitgebreid op vakantie gaat terwijl de helft van de wereldbevolking ernstig lijdt aan honger en het geweld. Dat geld kun je dus ook anders besteden, bijv. door het weg te geven aan degenen die daar daadwerkelijk iets aan doen.

Aandacht voor wat je zelf nodig hebt èn openheid voor de mensen die je ontmoet – lijfelijk of via televisie en internet – ze kunnen goed samengaan. Ik merk het zelf ook: het vergt wel wat creativiteit en soms word je voor de vraag gesteld of je je eigen plannen gaat bijstellen. Uiteindelijk begint het bij onze houding. Bij het zien van een menigte mensen zonder herder werd Jezus diep bewogen. Als we anderen niet meer ziet staan, zijn wij blind geworden. Als we niet meer bewogen worden door medemensen die het minder goed getroffen hebben dan wij, raken we – ongemerkt – steeds meer opgesloten in onszelf.

De profeet Jeremia bekritiseert in Gods Naam de leiders van zijn tijd: zij geven niets om de gewone mensen. Onze Leider ziet mensen; de Heer ziet naar ons om. Daarom noemen wij Hem ook de Goede Herder [cf. Ps 23. Joh 10,11-15]. Mensen spiegelen zich aan hun leiders, omdat zij tegen hen opkijken en vertrouwen in hen hebben. Wij willen zijn zoals Hij.

Als wij Eucharistie vieren brengen wij ons in herinnering wat Jezus’ houding is [Fil 2,5-8]. Meer nog, doordat wij eten van het Brood waarin Hij Zichzelf uitdeelt, maakt Hij ons gelijkvormig aan Hem. Laten wij ons openstellen en meewerken met die genade, zodat wij niet alleen in de vakantie de innerlijke rust ervaren [Mt 11,28. 2Kor 12,10], maar elke dag in vrijheid ervoor kunnen kiezen om er te zijn voor elkaar. Mogen wij zo het geluk ervaren dat de Eeuwige voor ons heeft bedoeld. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland