Profeet zijn: niemand leeft voor zichzelf

15e zondag door het jaar, 15 juli 2018
evangelie: Marcus 6,7-13
Amos 7,12-15. (Psalm 85. Efesiërs 1,3-14)

Er lijken in onze tijd twee soorten profeten te zijn: weerprofeten en onheilsprofeten. Beide benamingen zijn niet serieus bedoeld; we gebruiken ze vanwege de onbetrouwbaarheid van hun voorspellingen (het weer) en het niet serieus nemen van hun waarschuwingen (het zal zo’n vaart wel niet lopen).

De Bijbelse profeten worden dikwijls ook niet geloofd en ook niet serieus genomen. Hun boodschap komt dan ook nooit echt goed uit. Want als zij melden dat de Messias komt, is dat nooit een vage aankondiging over de verre toekomst; altijd spreken zij in Gods Naam over vandaag. Vandáág moeten wij een andere weg inslaan! Vandaag moeten wij veranderen: van harte, in ons denken en in ons doen. Waarom? Omdat wij wegen bewandelen die schadelijk zijn voor onszelf, onze naaste en heel de schepping. M.a.w.: wij zijn de weg kwijt. En als wij Christus tegemoet willen gaan, als wij [2Kor 6,2]
– nú al – willen binnengaan in het goede leven dat niet voorbij gaat, moeten wij van richting veranderen [cf. Mk 10,25], anders komen wij uit in een woestijn.

Commentaar krijgen is al niet leuk, maar het gaat wel heel ver als iemand zegt dat je verdwááld bent. “Goed bezig,” dat is wat ik wil horen! Hoe zelfstandiger we zijn, des te lastiger is het om kritiek te horen en te accepteren. Hoe onafhankelijker we ons voelen, des te minder staan wij open voor andere geluiden – en al helemaal niet in Gods Naam.

Dit lijkt misschien iets van deze postmoderne tijd, maar wij zien het al in de 8e eeuw voor Christus, ten tijde van de profeet Amos. In de Eerste lezing horen we hoe de koning – de meest zelfstandige en onafhankelijke persoon in het land; hij heeft immers de macht – niet erg gecharmeerd is van het optreden van Amos. In Bethel wordt de profeet te verstaan gegeven dat hij moet ophoepelen, omdat dat heiligdom van de koning zou zijn. Ironisch genoeg betekent de naam Bethel [niet huis van de koning, maar]
“Huis van God”. Zo gaat dat.

Niet iedereen met een mening is een profeet. Profeten zijn – bewust of onbewust! – de spreekbuis van God. Profeten spreken niet op eigen initiatief en zij spreken niet namens zichzelf [cf. Am 7,15]. En dat is precies waarom het een goed idee is om naar Zijn profeten te luisteren.

Luisteren naar kritiek, van Godswege aangesproken worden, is al ongemakkelijk, maar nog onaangenamer is het om zèlf in Gods Naam te spreken. De Bijbelse profeten zien wij misschien als helden, als degenen die het zeker weten en daarvan getuigen, maar de werkelijkheid is anders. Bovendien, met profeten loopt het dikwijls niet goed af [Mt 23,37]. Zij roepen weerstand op, agressie. Er is een soort natuurlijke weerstand bij mensen tegen verandering, zeker als het niet gaat om een aanpassing, maar om een ommekeer, een grondige verandering: een andere grondhouding. Daarom deinzen degenen terug die geroepen worden om profetisch op te treden: Mozes en Jeremia voeren allerlei redenen aan – anderen zijn meer geschikt dan ik – en dan Jona, die zelfs wegloopt... Maar uiteindelijk gaan zij wèl.

Profeten in de Bijbel zijn uitzonderlijk. Maar met de komst van Jezus wordt in feite iederéén geroepen om profetisch te zijn. Het evangelie van vandaag is er duidelijk over: Jezus zendt al Zijn leerlingen. Hun woorden en daden moeten verwijzen naar Degene Die hen zendt: het gaat om bekering in gedachte, woord en daad; het gaat om vrede en gerechtigheid [Ps 85,11b cf. Mt 10,13. Lk 10,5]; het gaat om het genezen van onze wonden, om heelheid.

Het móóie is dat de leerlingen niet alleen erop uit gestuurd worden: ze gaan twee-aan-twee; je kunt er partnerschap in zien of een vorm van religieuze gemeenschap, parochie of klooster. Maar zelfs als profeten er alleen voor komen te staan, worden zij in ieder geval vergezeld door de Heilige Geest. Zo lazen wij zojuist: de macht die hun van Godswege wordt verleend is niet zoals die van de president van de Verenigde Staten of Rusland, maar de macht van de liefde, de macht van de hoop en de macht van het vertrouwen dat geloof heet.

Dat is het mooie. Het làstige is evenwel dat de leerlingen – wij – maar weinig mogen meenemen. Op zich is het logisch: wie in een Bentley komt aanrijden en zegt begaan te zijn met de armen, komt minder geloofwaardig over. Maar in de ogen van het arme deel van de wéreld zijn wij àllen schatrijk. Staat de manier waarop wij leven niet op z’n zachtst gezegd op gespannen voet met de instructies die Christus Zijn leerlingen meegeeft als Hij hen zendt? Zo lang we zelf geen ernstige krisis ervaren, maken wij ons misschien niet zo druk om de geloofwaardigheid van onszelf en de geloofwaardigheid van het Evangelie, maar meer dat we zelf niets tekort komen. Om te beginnen bewuster en eenvoudiger leven – in deze vakantietijd kun je eens tijd maken om die encycliek van Paus Franciscus “Laudato Sí” rustig door te lezen. De tekst is in het Nederlands gewoon op internet te vinden. Want wie zelfgenoegzaam is en zelfgenoegzaam leeft, heeft weinig te geven en nog minder te ontvangen...

Misschien hebben wij onszelf nog nooit als een profeet gezien. Toch realiseren wij ons door het evangelie dat wij allen op de weg gezet zijn om profeten te zijn: vandáág! [cf. 2Kor 6,2] Aan het eind van het leven zingen wij dikwijls de woorden van de apostel Paulus: “Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf; wij leven en sterven voor God onze Heer; aan Hem behoren wij toe” [Rm 14,7]. Het is een beetje laat als we daar pas bij stilstaan “in het uur van onze dood”. Niemand leeft voor zichzelf. Profeten getuigen daarvan in de kleine dingen van alledag en zelfs tot het uiterste toe.

Laten wij daarom geen ballast meenemen en erop vertrouwen dat onderweg de Heer Zelf ons voedt en begeleidt. Mogen wij dan door onze manier van leven herkenbaar zijn als profeten [Ps 85,11] en zo iets bijdragen aan de komst van het Koninkrijk van God waar wij dagelijks in het Onze Vader voor bidden – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland