Geschikt

14e zondag door het jaar, 8 juli 2018
evangelie: Marcus 6,1-6
Ezechiël 2,2-5. Psalm 123. 2Korinthiërs 12,7-10


In de plaats waar zij vandaan komen, worden profeten miskend. Zo was het en zo is het. De profeten van vandaag zijn de dissidenten die een ander geluid laten horen in een onderdrukkend regime, de klokkenluiders die onrecht aan de kaak stellen in een bedrijf of bij de overheid, de wetenschappers (ook theologen!) die een grote ontdekking doen, waardoor het hele systeem op de schop moet. Profeten zijn daarom lang niet altijd en overal welkom.

Het perspectief bepaalt hoe we tegen zulke mensen aankijken: volgens sommigen zijn zij oproerkraaiers, volgens anderen leggen zij de waarheid bloot. Volgens sommigen zijn zij populisten, volgens anderen zijn zij oprecht verontwaardigd. Zijn zij vrijheidstrijders of opstandelingen? Het is maar waar je staat.

De geschiedenis van het Volk van God leert dat mensen die eerst als raar, zondig en gevaarlijk werden bestempeld, later de grootste heiligen zijn genoemd. Met de profeten, bijv. Jeremia en Johannes de Doper, liep het slecht af. Franciscus van Assisi, Theresia van Avila, of recenter Damiaan De Veuster en Oscar Romero – tijdens hun leven werden zij met de nek aangekeken, officieel bedreigd of zelfs vermoord. Nu zijn zij officieel heilig verklaard.

Profeten zijn niet altijd zo gemakkelijk herkenbaar. Hun boodschap stuit in eerste instantie tegen de borst: dingen moeten anders; wat wij als waar en waarachtig zien, is niet waar? Onze eerste reactie is afwijzing: “Hebben wij het dan altijd verkeerd gezien en verkeerd gedaan?” Het is eigen aan mensen om geen verandering te willen, tenzij er een zware krisis is, misschien. Maar juist die geslotenheid van ons, is wat die profeten – en ook Jezus – willen doorbreken [cf. Joh 20,19]: niet om ons te tarten, niet om ons te pesten, maar om ons open te maken voor de betere, levengevende toekomst die God voor ons openlegt!

Profeten zijn niet zo gemakkelijk herkenbaar, omdat wij zelf dus een gesloten houding kunnen hebben, maar eveneens omdat er zovéél mensen zijn die hun mond open doen. Niet iedereen met een mening en een vlog op internet is een profeet. In de Bijbel zien we een paar kenmerken van een profeet:

Zo spreekt een profeet openlijk. Profeten zijn kwetsbaar, omdat zij niet anoniem of met een masker of doek voor hun gezicht optreden. Terroristen en anonieme schelders zijn geen profeten, maar lafaards.

Ten tweede spreken profeten nooit namens zichzelf: politici en goeroes die zichzelf tot verlosser uitroepen en zelf de oplossing voor alles menen te hebben, zijn geen profeten. Profeten spreken namens God en geven Diens boodschap door. Ze zijn hiertoe geroepen; vaak is hun eerste reactie bepaald niet enthousiast: “Ik ben niet geschikt; vraag liever iemand anders!” [Ex 3,7-4,17. Jr 1,4-6]


De Paus kan daarom herkend worden als een profeet in onze tijd; hij spreekt zich uit, in Gods Naam. Maar ook “gewone” mensen, die waarheid en waarachtigheid onthullen, die barmhartig en gerechtig handelen, die opstaan voor het welzijn en het heil van mensen en die zich inzetten voor het behoud van de schepping. Oók als zij niet expliciet zeggen dat zij spreken namens God, kunnen zij toch profeten zijn; de Bijbelse verhalen zeggen ons dat God om Zijn boodschap over te brengen, óók gebruik maakt van mensen die niet tot Gods volk behoren [Lk 4,24-27] en zelfs van niet-gelovigen [bijv. de Persische koning Cyrus in Js 44,24vv].

Bij profeten gaat het dus niet om de persoon van de profeet, maar om de bóódschap die hij/zij brengt. Die boodschap toetsen we aan de Schrift, aan wat we al gelovig weten over God en Jezus Christus.

Maar daar komen wij misschien niet aan toe: we stoppen onze oren al bij voorbaat dicht, omdat we geen kritiek willen horen. De profeet Ezechiël zal niet met gejuich zijn begroet; hij mag nota bene tegen het uitverkoren Volk van God gaan zeggen dat zij God tegenwerken - tja, dus juist tegen de mensen die zichzelf gelovig noemen! [Ez 2,3v] De boodschap staat ons niet aan, maar is misschien toch echt wel van God.

Bij Marcus zien we echter dat mensen uit Nazareth, niet luisteren vanwege de persóón: moeten ze de woorden van de zoon van de timmerman om de hoek als Evangelie gaan aannemen? “Die heeft het hoog in de bol; ik heb nog bij hem in de klas gezeten” [cf. Mk 6,2v]. Ze kunnen naar Hem niet luisteren en zo kan Hij nauwelijks iets voor hen betekenen. Het heil, hun rakelings nabij, gaat zo aan hen voorbij.

Profeten hebben het niet gemakkelijk. De apostel Paulus klampt zich daarom vast aan Gods kracht. “Ik ben maar een zwakke mens, net als ieder ander,” zegt hij. Een profeet is geen Superman. “Maar,” zo vervolgt hij, “juist omdat ik erken dat ik een kwetsbare mens ben, krijgt God alle gelegenheid om in mij Zijn kracht te tonen” [2Kor 12,9v]. M.a.w., doordat ik inzie dat ik van Hem afhankelijk ben, weet ik mij gesterkt, juist als het moeilijk gaat – gesterkt, juist als het moeilijk gaat.

Er zijn profeten die voor een moeilijke taak worden geroepen, de grote profeten. Mogen zij ervaren dat De Heer hen draagt, voortdurend! En mogen wij hen herkennen als sprekers van Godswege en naar hen luisteren, voortdurend – omwille van ons welzijn en ons heil!

Maar eveneens kan ieder van ons een profeet zijn: de kleine profeten. Door een waar woord en een goede daad kan een ander geraakt worden en een beter mens worden. Misschien zonder dat je het zelf door hebt, ben je dan zelf iemand door wie de Heer Zijn heil dichterbij brengt.

Profeten: alleen maar dissidenten, lastige klokkenluiders? Laten we aandachtig zijn en aandachtiger worden voor de grote en de kleine profeten die God Zelf tot ons stuurt en laten wij ons bewust worden van ònze taak in het verhaal van God met de mensen. Immers, Jezus was de zoon van een timmerman, de profeet Amos was een boerenzoon en Ruth was een vrouw van buitenlandse komaf. Maar om Gods woord te horen en Gods woord door te geven en te doen, daarvoor is in Gods ogen niemand te min. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland