Van je familie moet je het hebben

10e zondag door het jaar, 10 juni 2018
evangelie: Marcus 3,20-35
Genesis 3,9-15. Psalm 130. 2Korinthiërs 4,13-5,1

Brengt Jezus chaos? Want waar Hij verschijnt, lopen mensen te hoop; niemand kan er meer door [Mk 1,32. 2,2. 2,32v]. Hij roept mensen zonder goede opleiding die hun familie en werk in de steek laten [1,16-20]. Hij gaat met zondaars om alsof zij Zijn vrienden zijn en zelfs landverraders maakt Hij tot Zijn volgelingen [2,13-17]. Hij lijkt Zich niks aan te trekken van de voorschriften [2,18-22. 3,1-6] en Hij rechtvaardigt Zich door te stellen dat het in Gods ogen gaat om het welzijn en het heil van de mens; de Wet van God is geen doel maar een middel! [Mk 2,23-27 cf. 2Kor 4,15] Jezus ontwricht een goed georganiseerde samenleving doordat Hij alles op z’n kop zet. Jezus zaait verwarring en brengt verdeeldheid. En al sinds de schepping weten wij dat verdeeldheid niet van God komt, toch? De gespleten tong van de slang is hèt symbool geworden van verdeeldheid [cf. Ps 5,10].

Bij christendom, Kerk en geloof denken wij tegenwoordig aan de gevestigde orde; de nieuwe orde die Jezus bracht, is uitgekristalliseerd, zogezegd. Familie achten wij daarin heel belangrijk. Juist in een tijd met zoveel gebroken gezinnen, herontdekken we de waarde van het samen leven in liefde en trouw. Het gezin wordt wel de hoeksteen van de samenleving genoemd. Des te vreemder is het dat in het evangelie Jezus Zijn familie negeert. Zij zijn bezorgd, zoals ouders en bloedverwanten dat kunnen zijn: Hij doet en zegt zulke rare dingen; heeft Hij Zijn verstand verloren?! [Mk 3,21] Maar Jezus gaat hen niet eens tegemoet!

Jezus schept weliswaar geen chaos, maar ontketent wel een revolutie; inderdaad, Hij zet de hele samenleving op z’n kop, als Hij zegt dat Zijn familie bestaat uit al degenen die de wil van God volbrengen [Mk 3,35]. Met Jezus’ komst in de wereld gaat het er dus niet langer om of je Joods bent of niet – op dat onderscheid was toen heel de samenleving gebaseerd! Met de komst van Jezus gaat het niet meer om je afkomst, maar om je toekomst [cf. 2Kor 5,1]. De hoeksteen van die toekomst is Jezus Christus [Ps 118,22. Js 28,16. Lk 20,17. 1Pe 2,7].

Jezus organiseert in Gods Naam de samenleving niet naar nationaliteit, bloedverwantschap en huwelijkscontracten, maar naar een hartelijke, innerlijke verwantschap in de Heilige Geest. Dus óók niet-Joden, óók ongehuwden, óók degenen die door hun familie en omgeving uitgestoten zijn, óók kinderen en allen die qua verstand niet volwassen zijn, kunnen ten volle deel uitmaken van Gods familie [cf. Mt 19,1-15]. De verdeeldheid die wij maken door ons gebrek aan kennis van goed en kwaad [cf. Gn 3,22], onze beperkingen, onze vooroordelen, onze kwalijke gewoontes, onze negatieve en egocentrische houding, ons slechte humeur, ons eigen gelijk en onze angst – die verdeeldheid, die we uiterlijk ervaren, wordt op een dieper niveau van Godswege overwonnen. Want wij worden geïnspireerd om ondanks van alles van harte te geloven, hoop te houden en lief te hebben [cf. 2Kor 4,16]. Dáárdoor wordt onze verdeeldheid van binnen weggenomen. En als wij gaan leven volgens die innerlijke heelheid, vanuit dat onverdeelde hart [cf. 2Kor 4,18], zullen wij ervaren dat ook in ons samenleven die verdeeldheid overwonnen wordt.

“Mijn familie zijn zij die de wil van God doen” [Mk 3,35]. In een geseculariseerde samenleving als de onze kun je dan denken aan een beperkte groep kerkgangers, ook wel “de heilige rest” genoemd: de mensen “die er nog wel aan doen”; als een eiland, een ommuurde tuin, veilig afgeschermd. Maar bijv. de Tsjechische priester Tomáš Halík zegt precies het tegenovergestelde. Hij is al jaren lang pastoor in Praag, de hoofdstad van Tsjechië, een van de meest geseculariseerde landen van Europa. In zijn beroemde (en leesbare!) boek “Geduld met God” leert hij ons om in het licht van het Evangelie juist óók te zoeken over de muren van de Kerk heen: naar mensen die zichzelf misschien ongelovig noemen of anders gelovig of zoekend, maar die wel degelijk de wil van God doen [cf. Joh 3,8]. Aan de hand van het Bijbelverhaal van de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs [Lk 19,1-10] pleit Tomáš Halík ervoor om deze “outsiders” te herkennen als bondgenoten, om samen met hen die wil van God beter te begrijpen, de tekenen van de tijd te verstaan en om samen te werken om Gods wil ook te doen en te volbrengen.

Hier in Rotterdam zien we dit al gebeuren, bijv. in het project “Eén tegen eenzaamheid” [cf. Gn 2,18], voedselbanken, initiatieven tegen discriminatie en voor het groener maken van de Stad. Als individuele gelovigen en als Kerk kunnen we ons daarbij aansluiten – of beter: wij mogen zien dat zulke ‘seculiere’ projecten en initiatieven aansluiten bij Gods wil!

Afkomst, familie en gezin zijn daarmee dus niet totaal onbelangrijk geworden, in tegendeel! Maar zij zijn niet langer maatgevend in het Volk van God [Dt 25,5-10 cf. Mt 10,37. 19,29]; “Mijn familie zijn zij die Gods wil volbrengen.” In het evangelie is het tekenend dat de bloedverwanten van Jezus oprecht bezorgd zijn, maar wel buiten blijven staan [Mk 3,31]. Zij treden niet binnen. Zij treden niet toe en houden afstand, i.t.t. de vele zondaars die Hem hoopvol volgen [Mk 2,15].

Ja, zoiets zet kwaad bloed. Want het is alsof Jezus zo chaos brengt; alle structuren van de samenleving die houvast en zekerheid lijken te geven, haalt Hij overhoop. Daarom worden aan het begin van hoofdstuk 3 van het Marcusevangelie al plannen beraamd om Jezus te vermoorden [Mk 3,6].

Ook in onze chaotische tijd met al haar onzekerheden en veranderingen, is er de neiging om stevig vast te houden aan de traditionele structuren die eeuwen lang een soort van zekerheid hebben gegeven. Paulus benadrukt in de Tweede lezing echter dat de zichtbare dingen voorbijgaan [2Kor 4,18]; ze kunnen ons helpen, maar wij dienen ons er niet aan vast te klampen! Jezus noemt degenen die de wil van God doen Zijn broers en zussen [Mk 3,35]. Wij herkennen hen niet als zodanig als wij hen buitensluiten of als wij zelf buiten blijven staan. Zoals Jezus zegt tot Zacheüs, de collaborateur: “Vandaag moet Ik te gast zijn in jouw huis!” [Lk 19,5]

Een samenleving die innerlijk verdeeld is, zal geen stand houden, zegt Jezus [Mk 3,24v]. Dit geldt voor de Kerk – we bidden om eenheid en werken mee met Gods genade – maar evenzo geldt dit voor heel de mensheid. Een verdeelde mensheid heeft geen toekomst. Laten wij daarom zelf zoeken èn leven naar de wil van God-Die-liefde-is en al de mensen die wij ontmoeten, meenemen op die weg – omwille van het welzijn en het heil van iedereen [1Tm 2,4. Tit 2,1]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland