Ongetwijfeld

Sacramentsdag, zondag 3 juni 2018
evangelie: Marcus 14,12-16.22-26
Exodus 24,3-8. Psalm 116,12-18. Hebreeën 9,11-15

Sacramentsdag is een van Kerkelijke feesten die ons helpen om een antwoord te vinden op de vraag: “Waar is God?” Het is een vraag door heel de Bijbel heen, de rode draad door heel het verhaal van God met de mensen tot op het Kruis: “Waarom hebt U mij verlaten?” [Mk 15,34]

Het is een vraag die mij raakt, zowel persoonlijk als vanuit mijn werk. Als pastor ben ik zo vaak geconfronteerd met de vraag van jongeren en ouderen in moeilijke situaties: “Waar is God?” En persoonlijk, zoals u waarschijnlijk niet weet, kreeg ik op mijn 19e botulisme. Een jaar lang kon ik “niet meedoen”, raakte ook vrienden kwijt die dachten dat het besmettelijk was en die het eng vonden, of zo. Maar bovendien kon ik niet meer bidden; er was geen boosheid, maar er was ook geen vuur, zogezegd.

Waar is God? We kunnen God waarnemen in de natuur: de schepping als Gods vingerafdruk. Soms ervaren we Gods aanwezigheid, “zien, soms, even”: in de liefde, de onderlinge verbondenheid, één zijn, bij vreugde, bij een feest, maar soms juist bij tegenslag. Dikwijls is het verrassend, onverwachts. De Kerkelijke feesten die we net gevierd hebben, helpen ons om Gods aanwezigheid en werkzaamheid te herkennen. Met Kerstmis vieren we immers de geboorte van Jezus Christus, Immanuël, wat betékent: God met ons [Mt 1,23] (als mens dus). Met Pasen vieren we dat God voor ons is, aan onze kant staat: wie met Hem leeft en sterft, zal met Hem verrijzen [Rm 6,5. Fil 3,10v]. Hemelvaart zegt ons: God is in de hemel van waar Hij de wereld bestuurt [Ps 103,19] en waar Hij ons thuis verwacht [Joh 14,2 cf. Lk 15,20-24]. En Pinksteren: God is niet ver; Hij woont óók in ons [Joh 14,23. Rm 8,11], “meer innerlijk dan mijn diepste innerlijk” [Augustinus].

Maar het feest van Sacramentsdag voert ons nòg een stapje verder in het mysterie van Gods aanwezigheid: eveneens is Hij aanwezig in de sacramenten. Dat is een andere dimensie. Daar is Hij aanwezig op een concrete, tastbare manier: in het dopen met water, in het zalven met olie en onder de tekenen van brood en wijn. Zoals Jezus het Zelf zegt in het evangelie vandaag: “Dit is mijn lichaam. Dit is Mijn Bloed” [Mk 14,22-24].

Net als al die andere manieren waarop God Zich met ons verbonden heeft, geloven we het (misschien) wel – we vertrouwen erop! – maar begrijpen doen we het niet, als het goed is. Wat echter zo anders is, is dat in de sacramenten God zo aanwezigis, dat je Hem als het ware kunt aanraken, of beter: Hij raakt jou aan. Het kan best zijn dat je in het dagelijkse leven niet ziet, niet ervaart, niet ontmoet. Maar Hij belooft ons rakelings nabij te zijn als wij samen de sacramenten vieren. Dit is dus niet afhankelijk van onze persoonlijke ervaring: het brood en de wijn zijn er en daarvan zegt Hij Zelf dat het Zijn lichaam en bloed zijn.

Als ik terugdenk aan die tijd dat ik niet kon bidden, mij a.h.w. van God los voelde, alleen – ik bleef toch gewoon op zondag de Communie ontvangen. Het was enerzijds een soort gewoonte, maar op een diepere laag was het zeker ook een houvast: dàt was er tenminste, een stukje brood enkele druppels wijn, maar daarin vervat een houvast die niemand anders zo had kunnen bieden [cf. Heb 9,11b]. Bij sacramenten gaat het niet zozeer om onze ervaring – de Eucharistie is geen spektakel! [gezongen is de indrukwekkend eenvoudige Missa Populi van H. Andriessen]
– maar om ons geloof, ons vertrouwen: zó [d.w.z. in de aanwending van het geschapene voor het heil van mensen] is God ons rakelings nabij.

In de Hebreeënbrief gaat het om de betekenis van die sacramenten: ze zijn als een medicijn dat ons heel maakt als we het toegediend krijgen. De sacramenten betekenen Verbond-in-actie, belichaamde verbinding. De sacramenten betekenen zo ook verlossing; niet langer blijven we gevangen in ons verleden of in onze eigen pijn. Want uit Gods Eigen hand nemen wij het goede leven opnieuw aan en niet langer leven wij voor onszelf alleen [cf. Rm 14,7v].

Daarom is het ook in zekere zin voor de hand liggend om op Sacramentsdag aandacht te geven aan de diakonie. Want in de diakonie geven wij Gods liefde aan elkaar door op een tastbare manier [cf. Jak 2,15-17]. Zoals Gods liefde concreet wordt in de sacramenten, zo geven wij Gods liefde door aan medemensen met concrete daden van liefde met een helpende hand en financiële steun.

Juist omdat wij mensen niet alleen geestelijk maar ook lichamelijk zijn, zijn ook de goede gaven van God geestelijk [talenten èn de gaven van de Geest: Ga 5,22v]
èn lichamelijk [al die goede dingen in de schepping èn de sacramenten]. Juist de uiterlijke tekenen van brood en wijn helpen ons om te groeien in geloven. Want aan brood en wijn hoeven we niet te twijfelen. Aan Jezus woorden hoeven we niet te twijfelen [cf. Ex 24,7]. Laten we dan ook niet aan onszelf of aan elkaar twijfelen en, gesterkt door de gaven in de Eucharistie, voor elkaar zo goed als God zijn: in gedachten, woorden en daden – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland