"God is groter dan ons hart... en Hij weet alles"

5e zondag van Pasen, 29 april 2018
evangelie: Johannes 15,1-8
Handelingen 9,26-31. Psalm 22,23-32. 1Johannes 3,18-24

We zien elkaar eigenlijk helemaal niet zo vaak. Maar pas geleden zaten we weer eens aan de thee en we realiseerden ons: we kennen elkaar al 30 jaar; vrienden voor het leven! Gezegend ben je met zo’n vriendin of vriend: je kunt met elkaar lezen en schrijven, zogezegd. Het hoeft niet per se, maar het is wel fijn als diegene een beetje in de buurt woont of zelfs je partner is. Je weet je gekend, aanvaard en geliefd. Door de houding, woorden en daden van de ander ervaar je dat je verbonden bent! Ja, dan ben je een gezegende mens!

Toch hoeft dit niet te betekenen dat je àlles van elkaar weet of alles van elkaar móét weten: elk klein ding of zelfs iets groots; een heel mooie gebeurtenis of een fout, een misstap of iets wat je overkomen is; een gedachte, een verborgen boosheid of pijn of iets waarover je je schaamt. Het kan een quaestie van je geweten worden: Ga ik het delen? Leg ik het alsnog op tafel? Of draag ik het in stilte met mij mee, als een goede herinnering of als een litteken?

In de Schriftlezingen van vandaag wordt onze band met God vergeleken met zo’n innige vriendschap. Door het doopsel en ons geloof blijven wij met Christus verbonden, zoals de rank aan de wijnstok [Joh 15,1-8]. Die band gaat wel heel ver, zoals we ook lezen in Psalm 139:

“Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten,
ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd” [Ps 139,1-3] en zo verder.

Het is een heel,populaire psalm, ook bij hen die niet zo kerkbetrokken zijn: God zó nabij! Een student van mij merkte eens op dat je het er óók benauwd van kunt krijgen. Iemand die àlles van je weet en a.h.w. op je huid zit... [en meer nog: die in je is, cf. 1Joh 3,24; “meer innerlijk dan mijn diepste innerlijk” (H. Augustinus)]. Gelukkig heb ik de nabijheid van God nooit negatief ervaren.

“Hij weet alles,” schrijft Johannes ons. Je kunt dan de associatie krijgen van een enkelband die je níét kunt doorknippen of heel je leven als Temptation Island/Big Brother. Voordat Johannes evenwel schrijft dat God alles weet, verzekert hij ons: “God is groter dan ons hart” [1Joh 3,20]. Dat plaatst Gods alwetendheid wel in een heel ander licht. ‘Gods hart’, Zijn liefde, is altijd groter: groter dan onze angst en schaamte, groter dan onze pijn, ons verdriet. En: voor onszelf en voor anderen kunnen we soms geen begrip en geduld opbrengen of zelfs geen respect, maar “God is groter dan ons hart.”

Toen ik hier van de week bij stilstond, realiseerde ik mij hoe dierbaar mij deze Bijbelse uitspraak over God is: “God is groter dan ons hart en Hij weet alles” – niet alleen maar als een zinnetje dat je zomaar even uit de context haalt en absoluut maakt, maar mèt de consequentie die Johannes eraan verbindt: Wij mogen vrijmoedig met God omgaan [1Joh 3,21]. “Vrijmoedig,” niet vrijpostig: niet brutaal dus, ook niet onverschillig, maar vrijmoedig, d.w.z.: zonder angst of schaamte. Hij weet immers toch alles al en begrijpt ons beter dan wij onszelf begrijpen; Hem hoef je nooit iets uit te leggen. Vráág dus wat je nodig hebt! [Joh 15,7b]

Vragen om wat je nodig hebt, dat is nog niet zo gemakkelijk. We leren juist om alles maar zelf te doen en geen zwakheid te tonen. We willen niet afhankelijk zijn. Onze vrienden willen we niet lastigvallen. God-dank, gelukkig voor ons samenleven, zit de mens zo in elkaar, dat wij veel kunnen – iedereen kan wel “iets” – maar dat wij ook altijd hulp nodig hebben [Gn 2,18]. Wanneer we aan iemand om hulp vragen of om aandacht, warmte of iets materieels, dan laten we merken dat we verbonden zijn of verbonden willen zijn; ik kan het niet alleen en ik wil het niet alleen.

Voor wie gelooft of wil geloven, is dit eveneens duidelijk m.b.t. God. De samenleving is geen utopia; zij is niet zo maakbaar als wij wel zouden willen. Waar halen we onze waarden vandaan, de inspiratie en de motivatie, de kracht, de moed, de troost, de hoop, de liefde – en: de reden en de zin om te leven en samen te leven? [cf. Rm 8,18-30 etc.] Dáár doelt Jezus op, als Hij zegt: “Zonder Mij kunnen jullie niets” [Joh 15,5].

Stel, je hebt een heel vervelende buurman of buurvrouw: doet alleen maar waar deze zelf zin in heeft ook als dat overlast geeft, groet nooit, is nooit vriendelijk, altijd maar met zichzelf bezig. Echter, op een dag vraagt hij om hulp: de auto start niet, ik noem maar wat. Dan sta je wel raar te kijken. Maar wat doe je in zo’n situatie? Toch helpen of niet?

Misschien hoef je je het helemaal niet voor te stellen en hèb je zo’n vervelende buur, collega of familielid. Of... misschien kun je jezèlf herkennen in die vervelende buur: in je relatie, in je vriendschap, ook m.b.t. met God [cf. Lk 11,1-13. 16,1-13 etc.].

God mag dan groter zijn dan ons hart, maar wie vrienden of buren verwaarloost, zet heel wat op het spel. Ranken die zich niet regelmatig laten snoeien en geen vrucht dragen, worden afgesneden [Joh 15,2], zegt Jezus – niet als straf, maar om onze vrijheid te respecteren; wie niet wil, wordt niet gedwongen. Maar: wie niet verbonden is, wordt ook niet gevoed...

Johannes schrijft dat we verbonden blijven door de geboden te onderhouden, door te geloven, er van harte op te vertrouwen dat Hij ons de goede weg wijst en dat Hij Zelf met ons die weg gaat [1Joh 3,23]. De weg van het waarachtige geluk kunnen wij alleen niet gaan.

“Vrienden, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen, maar met concrete daden!” [1Joh 3,18] Zo vat Johannes de geboden samen. Daarmee maak je vrienden-voor-het-leven. Daarmee heeft God Zichzelf voor ons tot vriend-voor-het-leven gemaakt. We kùnnen ervoor kiezen om een vervelende buur te zijn. Maar wellicht is het beter om die liefde te beantwoorden, bij àlles wat we doen – óók als een ander niet zo dankbaar is als we zouden hopen of verwachten. Want voor goede mensen zijn wij dan herkenbaar als betrouwbare vrienden [cf. Paulus in Hnd 9,26-31]. Wie zich echter door het kwaad om zich heen en in de wereld van de Weg af laat brengen, loopt de kans ook zelf afgesneden te raken.

“God is groter dan ons hart en Hij weet alles.” Daarom verbindt Hij Zich met ons als wij samenkomen om Eucharistie te vieren [cf. Ps 34,9]. Mogen wij ook hierna met Hem en met elkaar verbonden blijven – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland en Noord-Duitsland