Goed te boek staan

Feest van de H. Familie & Oudjaarsdag, zondag 31 december 2017
evangelie: Mattheüs 5,1-10
Genesis 15,1-6. Psalm 34. Apokalyps 20,11-14


Het moment suprême is als de cijfers op de klok van 23:59 naar 0:00 springen, als de secondewijzer de 12 raakt. In die ene seconde wordt het oude jaar afgesloten. Dan kunnen we niets meer toevoegen aan 2017. En hoewel elke seconde slechts één tel duurt, zogezegd, nodigt dat ene (naderende) moment toch uit om langdurig (uitgebreid) terug te kijken: gebeurtenissen in je persoonlijke leven, in de wereld en ook in de geloofsgemeenschap die de Kerk is.

In de parochie worden de bijzondere gebeurtenissen opgetekend in boeken: het doopboek, het huwelijksboek en het boek met de overledenen. Wie gedoopt is, staat te boek; wie gedoopt is staat geregistreerd: als lid van de Kerk. Maar het doopboek is niet zomaar een register; door de namen van de gedoopten op te schrijven in het boek, drukken wij uit dat wij geloven dat diegenen bij name bij God bekend zijn. Je doet ertoe: voor- en in de gemeenschap en eveneens voor God doe je ertoe! Je naam gaat niet verloren; deze boeken worden bewaard in de kluis. Je naam in het doopboek is de afspiegeling van je naam die staat geschreven in de palm van Gods hand [Js 49,6].

De doop- en huwelijksboeken zijn dus niet alleen maar organisatie; zij symboliseren en verwijzen ernaar dat wij bij Gods Familie horen, dat wij samen met allen die ons voorgingen de heilige Familie uitmaken.

Daarom is het ook goed om op Oudjaar, dat nu dan samenvalt met het Feest van de H. Familie, terug te denken aan allen in de parochie die geboren en gedoopt zijn, die het vormsel hebben ontvangen, die getrouwd zijn en aan allen die gestorven zijn. Wij allen staan te boek.

Zodra de secondewijzer de 12 raakt, zodra de tijd op 0:00 uur springt, verandert zelfs de Almachtige God niets meer aan wat er in 2017 gebeurd is. Staan we dan, terugkijkend, ook goed te boek? Zijn wij bij God en Zijn familie bekend als goede zonen en dochters? Wat maakt ons goed?

Het afgelopen jaar hebben we herdacht dat 500 jaar geleden de reformatie zich voltrok, met als startpunt de stellingen van Luther. Eén van zijn punten was dat de mens aléén gerechtvaardigd wordt door zijn geloof: “sola fide”, in het Latijn. Hij protesteerde daarmee – terecht – tegen de misvatting dat wij de hemel zouden kunnen verdienen. Echter, de reformatoren zagen in hun ijver wel over het hoofd dat geloof zich volgens de Schrift uit in goede daden [Mt 5,16]: Abraham geloofde, een daad van gerechtigheid, want geloofsvertrouwen komt de Eeuwige toe, maar hij kwam vervolgens dus wel in beweging! [Gn 15,6. Heb 11,8]
“Geloof zonder dat het zich uit in daden is dood!” [Jak 2,17-26] In het laatste Bijbelboek, over het Laatste Oordeel, en op vele andere plaatsen lezen we dan ook dat mensen beoordeeld worden naar hun daden [Ps 62,13. Spr 24,12. Mt 16,27. Rm 2,6-16. 2Kor 5,10. Ap 20,12. 22,12]. Immers, in Jezus’ woorden: een goede boom brengt goede vruchten voort [Mt 7,16v].

Wij geloven niet in karma, dat wij onszelf heilig zouden maken; dat wij ons heil in eigen hand zouden hebben. Nee, wij geloven dat wij heilig gemáákt wòrden, door de Heer Zelf, door middel van het doopsel. En vervolgens werken wij met Hem mee door van harte open te staan voor Zijn Inspiratie. Zo maakt de Eeuwige ons tot Zijn heilige familie. Maar dat (die status, die verheffing) “mag” vervolgens wel vruchten gaan dragen: daden van vertrouwen, van geloof, daden van liefde, vrijgevigheid. Wij wensen elkaar dadelijk een gelukkig nieuw jaar, een Zalig Nieuwjaar, maar daar komt weinig van terecht als we niet ook daadwerkelijk met de genade meewerken: in houding, woord en daad.

Hoe dan? De Zaligsprekingen zijn bedoeld als een eye-opener: Jezus laat zien dat het gaat om onze houding, ons verlangen, onze hoop; waar zijn wij nu van harte en bewust, met ons volle verstand, op gericht? Een echo van de Zaligsprekingen kunnen we met name vinden in het gebed dat wel “het gebed van de H. Franciscus wordt genoemd” maar is geschreven in de 20e eeuw. Ter afsluiting wil ik het met u delen:

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergiffenis aan mensen die zwak zijn,
laat mij hoop geven aan wie niet meer hoopt,
geloof aan wie twijfelt;
laat mij licht brengen waar het duister is
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.

Heer, help mij
niet zozeer om zelf gelukkig te zijn
als anderen gelukkig te maken;
niet zozeer om zelf begrepen te worden
als anderen te begrijpen;
niet zozeer om zelf getroost te worden
als anderen te troosten;
niet zozeer om bemind te worden
als te beminnen.
Want als ik geef, zal mij gegeven worden,
- dat geloof ik -
als ik vergeef, zal mij vergeven worden,
als ik sterf, zal ik voor eeuwig leven.

Heer, laat mijn naam geschreven zijn in het Boek van het Leven [Ps 69,29. Fil 4,3. Ap 20,12. 21,17]
en maak mij langs de weg van Uw Zoon tot een waarachtig instrument van Uw vrede:
vanaf het moment dat de secondewijzer de 12 raakt
en in heel het nieuwe jaar. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland cp, Provinciaal van de Passionisten in Nederland

Met de Zaligsprekingen: een Zalig Nieuwjaar! PMRHCP