Pleidooi voor het kerstspel

Hoogfeest van Kerstmis, de geboorte van Jezus Christus, 24/25 maart 2017
evangelie: Lukas 2,1-14 / Johannes 1,1-18
Jesaja 9,1-6. Psalm 96. Titus 2,11-14 / Jesaja 52,7-10. Psalm 98. Hebreeën 1,1-6

Elk Kerstfeest begint met een kerstspel: in Gouda-Noord zijn er vóór Kerstavond weer de kersttaferelen door de stad heen, op school spelen de kinderen het kerstverhaal na en de eerste viering van de Kerstnacht bevat meestal een creatieve invulling van het kerstevangelie: de verhaallijn wordt gevolgd of geactualiseerd. Op meerdere plaatsen in deze parochie is er op Eerste en Tweede Kerstdag een de levende kerststal of “kindje wiegen”. Al gauw worden zulke tableaux vivants tot folklore: vertederend, nostalgisch, gezellig. Toen ik pas priester was, was voor mij deelname aan het kerstspel niet bepaald favoriet: een beetje te druk, te rommelig en de inhoud raakt soms wat ondergesneeuwd. “Ach, het hoort erbij,” dacht ik.

Maar inmiddels zeg ik: je kunt Kerstmis niet beter beginnen dan met een kerstspel – en dit is een typisch katholieke opvatting. Want als je deelneemt aan het spel, ben je er niet alleen met hoofd en hart, maar helemáál als mens bij betrokken. We zingen niet alleen “Hoe lijdt dit kindeken hier in de kou,” maar als het kerstspel zich buiten afspeelt, krijg je het zelf ook koud. Bij de levende kerststal ruik je de stal. Je hoort het verhaal èn je ziet het voor je ogen gebeuren. Wie deelneemt, komt met Maria en Jozef, de herders en de engelen ook zelf in beweging. M.a.w., door het kerstspel ervaren wij óók aan den lijve [Joh 1,14] wat wij vieren: dat God liefde is, niet alleen “hoog in de hemel”, maar ook met ons en voor ons geboren als mede-mens. Gods Woord, Gods liefde krijgt handen en voeten, wordt concreet, reëel.

Dat wij met ons hart/gevoel, met ons hoofd/in alle redelijkheid èn met geheel ons mens-zijn Kerstmis vieren, is niet iets extra’s, maar echt nódig om de betekenissen van Kerstmis beter tot ons te laten doordringen. Want door deelname aan een kerstspel en door deelname aan het ritueel van èlke viering in de kerk realiseren wij ons waar wij staan in het verhaal van God met de mensen: stellen wij ons op als toeschouwers of zijn wij actieve deelnemers in het Verhaal?

Zoals vanavond: in wie van de verhaalfiguren herken je jezelf? De herders zijn op aanwijzing van de engelen naar de stal gekomen, zoals wij bij het horen van de klokken naar deze kerk zijn samengekomen. Herken je dit beeld ook in je dagelijkse leven: dat je hoort, ziet en in beweging komt? Of ben je meer van het horen, zien en... zwijgen? Of herken je jezelf meer in de engel, die anderen helpt om het goede van God te vinden? Of lijk je op de herbergier die geen plaats heeft voor Hem? Of op keizer Augustus, omdat je anderen dwingt om te doen wat jij wilt?

Het Bijbelverhaal van Kerstmis, àlle Bijbelse verhalen, gaan over God met ons: hoe wij ons tot Hem en tot elkaar verhouden. Juist als het gaat om actuele thema’s als veiligheid, arm en rijk, rechtvaardigheid, vooroordelen, geweld tegen vrouwen, liefde, lijden en dood, geluk, kortom: als het gaat om het leven, kijken we door het Evangelie telkens weer in een spiegel. En wij realiseren ons dat wij deel uitmaken van het verhaal van God met mensen. Dadelijk begint hoofdstuk 2018 van dit verhaal.

Deelname aan een kerstspel, deelname aan de liturgie laat ons erváren en laat ons zo groeien in het vertrouwen dat wij niet zomaar doelloos door het leven gaan. Door het Verhaal en onze deelname eraan realiseren wij ons dat wij voortdurend in liefde verbonden zijn met God en met heel het mensengeslacht waarvan Hij de goede Vader en Moeder is. Laten wij vanuit dit bewustzijn dankbaar samen Kerstmis vieren: in woord en daad, in symbool en sacrament in de kerk en daarna ook thuis en in heel ons dagelijkse leven: met hart en hoofd en handen. Zalig Kerstmis! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland cp, Provinciaal van de Passionisten in Nederland