Afdalen is gemakkelijker dan opstijgen

34e en laatste zondag van het kerkelijke jaar: Feest van Christus Koning, zondag 26 november 2017
evangelie: Mattheüs 25,31-46
Ezechiël 34,11-17. Psalm 23. 1Korinthiërs 15,20-28

Als wij nadenken over Jezus, wie Hij is, ontdekken wij in de Schrift drie “beelden”: Jezus als profeet, die spreekt en handelt in Naam van God; Jezus als priester, de verbinder tussen ons en God; en Jezus als herder, als goede herder die zorg heeft voor alle schapen. Ieder heeft zo zijn voorkeur: in bepaalde omstandigheden spreekt het ene of andere beeld meer aan. Maar uiteindelijk horen ze alle drie bij elkaar: Jezus als profeet, priester, herder.

En “koning”? Het klinkt op het eerste gehoor misschien wat vreemd, maar Bijbels gezien zijn “herder” en “koning” synoniem. Sinds David die herder was en koning werd, is de ideale koning als een herder: hij gebruikt zijn macht om te leiden, te beschermen en te zorgen voor zijn schapen, juist ook als ze verdwaald of ziek zijn.

Mij valt op dat een aantal koningen en koninginnen vandaag de dag op deze wijze zijn koningschap invult. Veel meer dan gekozen presidenten, wier positie meer politieke lading heeft, zijn koningen symboolfiguren geworden. Een koninklijke familie levert al sinds mensheugenis de vorst(in) en deze belichaamt zo stabiliteit in het land, eenheid van het volk en vertrouwen in de toekomst – juist in een onzekere wereld die verdeeld is en onrustig. Zulke koningen krijgen wereldwijd steeds minder regeringsmacht, maar daarmee komt er nòg meer ruimte om het koningschap op een herderlijke manier in te vullen. Ik denk dan met name aan de keizer van Japan ná de Tweede Wereldoorlog, de onlangs overleden koning Bhumibol van Thailand en aan onze eigen koning: het meevieren van feestelijke gebeurtenissen èn aandacht voor mensen in nood dichtbij en verder weg. Een herderlijke koning is geliefd bij het volk – zoals dat ook gaat bij een herderlijke paus als de huidige: Franciscus.

In het licht hiervan kan het ons niet ontgaan dat in de lezingen voor het Feest van Christus Koning sprake is van de vermisten en de verdwaalden, van armen en vreemdelingen en van anderen die niet in het centrum staan van de geloofsgemeenschap en de maatschappij. In afwachting van de komst van Christus zijn wij misschien geneigd om naar de hemel te staren [cf. Hnd 1,11], – als wij de Heer aanroepen, kijken wij meestal naar boven – maar Koning Christus richt onze blik “naar beneden”, op degenen die het minder goed getroffen hebben dan wijzelf.

Het is gemakkelijker af te dalen dan op te stijgen; wie meer macht of aanzien heeft dan een ander, hoeft in feite alleen maar de hand uit te strekken om de ander te bereiken. Wie eten heeft, kan het geven, maar wie honger heeft, kan er eindeloos om vragen. Wie vrij, is kan naar een ander toe gaan, maar wie die vrijheid niet heeft, moet maar hopen dat er iemand komt. M.a.w., een herderlijke houding is niet voorbehouden aan koningen. Jezus wil in ieder van ons die herderlijke kwaliteiten naar boven halen.

Toch gaat het Jezus ten diepste om meer dan goed doen aan anderen uit medelijden en omdat wij dat moreel verplicht zijn. Jezus opent ons de ogen ervoor dat Hij Zich laat ontmoeten juist in mensen die leven zonder voldoende voedsel, water, kleding en vrijheid en die voor ons vreemdelingen zijn. Jezus identificeert Zich met hen. Omdat Hij zoveel heeft [cf. Ps 112,3], kost afdalen Hem geen moeite [cf. Fil 2,6-8]. Wie zoekt naar de Heer, maar aan de minste van Zijn broeders en zusters voorbijloopt, zal Hem niet vinden. Wie de Heer verwacht, maar de vreemdeling veracht, ziet Hem over het hoofd. Wie de hoogverheven Heer wil dienen, maar hen die gevallen zijn laat liggen, hééft Hem niet gediend. Dit is niet zozeer “pech gehad” voor degenen die we het nakijken zouden geven, maar uiteindelijk vooral pech gehad voor onszelf. Want het laatste woord is bij de Koning van het heelal [Mt 25,41-45].

Daarom gaat in de parochie het samen leren uit de Bijbel en traditie en het samen vieren in de kerk altijd samen met diakonie: de dienstbaarheid aan degenen met wie het niet goed gaat – zoals ook Jezus’ beeld pas compleet is als profeet, priester èn herder.

Nu kun je zeggen dat dit haaks staat op de natuur van de mens: de mens wil heersen, overheersen; wij zijn allemaal kleine koninkjes. Tegelijkertijd mag je dan in de Schrift zien het beeld van koning zoals God koning bedoeld heeft: Hij rijdt op een ezeltje, niet op een paard; hij leeft eenvoudig, niet in weelde; hij begint geen oorlog; Zijn rijk wordt niet met het zwaard bevochten, maar met liefde, eerbied en aandacht, met vrijgevigheid en verantwoorde-lijkheid [cf. Mt 25,14-19]
– een koning dus zoals een goede herder.

“Geen wonder” dat heel de wereld dadelijk met Kerstmis víért dat déze koning gekomen is. En wij verwelkomen Hem in ons leven, zodat wij worden zoals Hij [Fil 2,5]. Hoe meer wij ons bewust zijn van ons verlangen om koning te zijn over het eigen leven, des te meer realiseren wij ons dat wij daarmee ook die herderskwaliteiten hebben: om te leiden, te beschermen, te zorgen. Voortdurend geeft Hij ons de vrijheid en de kans om deze herderlijke kwaliteiten te ontwikkelen: elke ontmoeting – lijfelijk of via tv en internet – is de mogelijkheid om Hem Zelf te ontmoeten in vriend en vreemdeling en steeds meer op Hem te gaan lijken als koning-herder, om steeds meer op Hem te gaan lijken als mens.

Door het evangelie van vandaag worden wij – misschien met een shock – gewaar waar wij staan: aan de rechterkant of aan de linkerkant. In ieder geval nodigt Jezus Christus ons uit om in het nieuwe kerkelijke jaar [dat volgende zondag begint: 3 december!] als een herder de koninklijke weg te bewandelen. Dan zullen wij Hem kunnen herkennen en ontmoeten en dienen juist in degenen op wie velen neerkijken, de gekruisigden van deze tijd. Zo wordt afdalen nog gemakkelijker dan opstijgen – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil [Mt 25,31-40]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland