Genoeg brandstof

32e zondag door het jaar, 12 november 2017
evangelie: Mattheüs 25,1-13
Wijsheid 6,12-16. Psalm 63. 1Tessalonicenzen 4,13-18

De domme meisjes vallen in slaap. De wijze... óók! In de vergelijking die Jezus vertelt, is het onderscheid dus niet dat de dommen in slaap vallen en de wijzen niet, zoals ik zou verwachten.

Wij verwachten de komst van de Heer: dadelijk met Kerstmis, vieren wij dat Hij gekomen ìs, geboren als mens met de mensen. Tevens verwachten wij dat Hij komt in onze geest, om ons te verlichten en betere mensen van ons te maken. Bovendien verwachten wij dat Hij komt aan het einde van ons leven, om ons tot Zich te nemen. En tenslotte verwachten wij dat Hij komt bij het Laatste Oordeel om recht te doen aan levenden en doden.*

Maar al dat wachten duurt voor menigeen wel erg lang. Zo is de Advent nog niet eens begonnen, maar de eerste kerstbomen heb ik al gezien: geen geduld. Velen hebben het te druk om regelmatig stil te staan, om je te verdiepen en je te oriënteren: geen tijd. Het einde van het aardse leven lijkt voor sommigen te ver weg om erop te wachten; zij vinden dat hun leven nu reeds voltooid is en willen niet meer wachten: geen hoop. En in afwachting van het Laatste Oordeel nemen sommigen alvast een voorschot op de eindtijdelijke gerechtigheid: “Apocalyps Now”: meer vertrouwen in de kalashnikov dan in God.

Wachten, daar worden we steeds minder goed in. We hoeven namelijk steeds minder vaak te wachten: de trein rijdt elke 10 minuten; als je vandaag iets bestelt via internet of in de winkel, is het er morgen al; de wachttijden bij de dokter moeten nog korter – efficiënt. En vaak kan het allemaal nòg sneller, als je er iets extra voor betaalt. Dat is op zich heel mooi. Tegelijkertijd vinden we het steeds vaker onacceptabel als we even moeten wachten. We worden ongeduldig en raken geïrriteerd. En dàn wordt wachten op de komst van Christus wel een uitdaging.

Helemaal nieuw is dit toch niet. Na Jezus’ dood verwachtte men Zijn spoedige terugkeer, om het Laatste Oordeel te voltrekken. Paulus schrijft erover aan de christenen van Tessalonika. Hij wil hun hoop versterken, want het begint de geloofsgemeenschap wel wat lang te duren. Sommige gelovigen zijn zelfs al gestorven en zo is er onrust ontstaan, twijfel...

Er mensen die in natuurrampen en oorlogsdreigingen tekenen zien dat de definitieve komst van Christus ophanden is. Het zou kunnen. Maar voor ons zou het niet moeten uitmaken: Hij komt op een uur dat je Hem niet zou verwachten [Mt 24,42-44]. In de parabel van vandaag komt Hij dus midden in de nacht [Mt 25,6]. Wie komt er nou midden in de nacht? En daarbij: als alles duister is, zie je Hem dus niet aankomen.

Oók de wijze meisjes vallen in slaap! Ook zij zien Hem dus niet aankomen! In het verhaal wordt hier geen moreel oordeel over geveld. Als we lang moeten wachten, te lang in onze beleving, zien wij onze aandacht verslappen en vallen wij in slaap. Zo gaat dat.

Het verschil tussen de dommen en de wijzen is dat de wijzen genoeg olie hebben meegenomen om de nacht door te komen. Waardoor blijft mijn lamp ’s nachts branden? Waarmee houd ik het vol als de zon niet schijnt in mijn bestaan, als het licht van Christus voor mij onzichtbaar is geworden en ik het leven als één grote nacht ervaar? [cf. Ps 88,19b]

Partner, kinderen en vrienden kunnen een geweldige steun zijn, als je ze hebt: om op de goede weg te blijven en voor ogen te blijven houden waar het om gaat in het leven. Maar dierbaren kunnen ook enorm teleurstellen; zij blijven mens zoals ieder ander [Ps 146,3]. In de Bijbel wordt hun liefde bezongen als een geschenk. Maar als wij ons volledig afhankelijk maken van anderen, zullen we ontdekken dat we zelf te weinig olie hebben om de nacht door te komen.

“All that you have is your soul,” zingt een Zuidafrikaanse zangeres [Tracy Chapman]: je ziel is alles wat je hebt. Die wijsheid mag ons wakker schudden. Zo’n wakkere houding vinden we in Psalm 63 die we zojuist gebeden hebben: een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda was [Ps 63,1]. Welke houding neemt hij aan in die woestijn? Als je dit gebed nog een naleest, vind je een patroon: al zijn verlangens en al zijn gedachten worden voorafgegaan èn gevolgd door dankbaarheid.

God, mijn God zijt Gij,
ik zoek U met groot verlangen.
Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart
als dorre akkers naar regen.
Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,
beschouw ik Uw macht en Uw glorie.

Meer waard dan het leven is mij Uw genade;
mijn mond verkondigt Uw lof.
Ik zal U prijzen zolang ik leef,
mijn handen uitstrekken naar U.

Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,
mijn mond zal U jubelend danken.
Als ik op mijn bed aan U denk,
dan blijf ik wakend over U peinzen.

Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest;
ik koester mij onder Uw vleugels.

De meisjes die voldoende olie hadden meegenomen, worden wijs genoemd. Want ja, god-weet hoe lang het duurt totdat Hij komt [Mt 24,36]. Het einde der tijden en het einde van ons leven zijn misschien nog ver weg. Maar Jezus’ komst in onze geest, om wijze en betere mensen van ons te maken, is vandáág! [cf. 2Kor 6,2] Het Rijk van God is immers niet slechts een belofte voor het hiernamaals; het breekt al door in deze tijd, overal waar Hij wonen wil – óók in ons hart!

Juist tot degene die zegt “Ik voel daar niks bij” of “Ik kan mij daar niks bij voorstellen” antwoordt Hij: je zult er pas iets bij gaan voelen, je zult er pas iets van zien, àls je voldoende olie meeneemt voor de nacht, zoals David in die psalm: verlangen en nadenken, maar nooit zonder dankbaarheid – een quaestie van learning by doing, ervaren door het te doen.

Nu wij Eucharistie vieren, komt Hij – onverwacht? – in Woord en Sacrament op ons toe en geeft Hij ons de gelegenheid om te groeien in wijsheid en meer olie mee te nemen voor onderweg. Hier ontwaken wij en gaan wij Hem dankbaar met onze verlangens en gedachten tegemoet [Mt 25,6]. Zo zullen wij door Hem en met Hem en in Hem het geluk kunnen ervaren dat Hij voor de mens heeft bedoeld, nu en hierna. God-dank. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland


*zie ook: Thomas van Aquino: De Academische Preken, - ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Mark-Robin Hoogland, Almere: Parthenon 2015, Preek 5 Ecce Rex pp.73-75