#metoo

31e zondag door het jaar, 5 november 2017
evangelie: Mattheüs 23,1-12
Maleachi 1,14b-2,2b.8-10. Psalm 131. 1Tessalonicenzen 2,7-13

De laatste weken worden we overspoeld door berichten over mensen met aanzien en verantwoordelijkheid die zich schandelijk misdragen hebben, die ernstig misbruik hebben gemaakt van hun macht. Je kunt de computer, televisie of radio niet aanzetten, of je verneemt dat er wéér iemand van zijn voetstuk is gevallen: populaire acteurs, docenten, politici, noem maar op. Vrouwen èn mannen die zulk misbruik hebben ondergaan zwijgen niet langer en laten van zich horen. Gelukkig leven wij in een samenleving waar zij gehoord worden!

Voor “ons” is het in feite geen nieuws. Vanaf 2010 realiseren wij ons in de Kerk meer dan ooit dat machtsongelijkheid altijd een risico in zich draagt en dat het, zeker als we daar geen aandacht voor hebben, ernstig fout kan gaan. Sommigen dachten dat zulke misstanden eigen zijn aan “de-Kerk-als-instituut”. Maar inmiddels is iedereen wel wakker geschud: overal waar mensen samen zijn, is machtsongelijkheid (óók in families!) en daar kàn iemand misbruik van maken.

Het mag ons opvallen dat Jezus Zich in het evangelie vandaag niet tot de machtigen richt, maar tot de menigte en Zijn leerlingen [Mt 23,1]. Gewone mensen zoals u en ik kunnen wel iets leren van degenen die op een voetstuk staan en zich misdragen. Want voor je het weet slaat ook ons verlangen naar vrijheid, erkenning en een beetje luxe door en dan worden wij net als zij. De tragiek is dat menige underdog zich opwerkt en zich dan misdraagt – “naar het slechte voorbeeld van”: smijten met geld, zichzelf in het middelpunt plaatsen en misbruik van macht. Ieder van ons staat bloot aan die verleiding.

Daarom Het is goed om te zien dat wij in de Geloofsgemeenschap die de Kerk is een duidelijk onderscheid maken: er zijn leidinggevenden – gewijd en niet-gewijd – die je aanspreken of niet, die voor jou een inspirerend voorbeeld zijn of niet. Maar de eigenlijke helden zijn voor ons de heiligen. Afgelopen week hebben wij hen gevierd [1 november: Allerheiligen]. Zij hebben niet zichzelf gepromoot; gelovigen doen dit – een beweging van onderaf. Op hùn verzoek wordt grondig onderzocht: was deze dierbare inderdaad heilig, voorbeeldig dienstbaar aan God en mensen? [1Tes 2,7v] Nota bene alleen iemand die overleden is, kan heilig verklaard worden. Dat scheelt! Zó worden in deze tijd Maximilian Kolbe (10.X.1982), Pater Karel (3.VI.2007), Hildegard von Bingen (10.V.2012), Oscar Romero (15.V.2015) en Moeder Theresa (4.IX.2016) op een voetstuk geplaatst.

Afgelopen week herdachten we 500 jaar Reformatie. Àlle heiligen werden van hun voetstuk gestoten en uit de kerk verwijderd, om verafgoding tegen te gaan. De bedoeling was goed. Maar wat kwam er voor die heiligen in de plaats? Soms een leegte, soms – nog erger – grafmonumenten voor de machtigen: de adel, generaals en politici [cf. Westminster Abbey].

Ook het contrast is groot met zogenaamde helden die buiten de Kerk op een voetstuk staan of stonden,: Justin Bieber (helemaal de weg kwijt), Diego Maradonna (drugs, fraude, omkoping), Bill Cosby (sexueel misbruik), om er maar een paar te noemen.

Schriftgeleerden en Farizeeën, daar keek men tegenop: zij hadden kennis en inzicht en daarom werd hun ook heiligheid, wijsheid en autoriteit toegedicht. Jezus legt uit dat zij wel eerbied waardig zijn [Mt 23,2-3a], maar dat óók zij leerlingen zijn en blijven, net als ieder ander! Brengen zij hun kennis wel in praktijk? [Mt 23,3b] Delen zij die kennis [1Tes 2,8] of gebruiken ze die alleen maar om er zelf beter van te worden?

Hetzelfde geldt voor degenen waar velen vandaag de dag tegen opkijken: de lessen van docenten, de muziek van zangers, de prestaties van sporters en de wijze waarop acteurs en regisseurs films maken wekt bewondering. Toch betekent die bewondering nog niet dat hun manier van leven en manier van denken een voorbeeld hoeven te zijn.

Wij (ook ik!) hebben behoefte aan helden, aan voorbeeldfiguren, mensen aan wie je je een beetje kunt optrekken, die inspireren en hoop geven. Maar zij blijven mensen [cf. Ps 146,3v]. Het is een shock als degenen die wij opgehemeld hebben, van hun voetstuk vallen. Succesvolle mensen krijgen macht: bewonderaars en volgers. Zo gaat dat. Dat is op zich niet slecht. Maar beroemdheid komt met verantwoordelijkheid. Niet alleen kapsels vinden navolging, maar ook houding en gedrag. Van hoogstaande mensen en populaire artiesten verwachten we bovendien betrokkenheid, aandacht, oog voor de fans èn voor de kwetsbaren in de samenleving. En gelukkig stellen velen niet teleur (met eigen foundations, tv-programma’s èn in het verborgene).

Machtsongelijkheid tussen mensen (horizontaal) is onvermijdelijk. Maar m.b.t. God (vertikaal) zijn wij allen gelijk: kinderen van één Vader en leerlingen van één Leraar [Mt 23,8-10]. De onwaarachtigheid van machthebbers is voor ons een waarschuwing, om medemensen niet teveel aanzien te geven: wij hebben maar één meester, vader en leraar. “Ú alleen komt alle eer toe,” zingen wij voor de Heer. Vriend en vreemdeling komt het toe om als medemensen te worden bejegend. De groten onder ons past geen misbruik, maar dienstbaarheid [Mal 2,8]. Dit past de kleine mensen evenzo [Ps 131,1. Mt 23,11]. Want als wij onszelf of elkaar op een voetstuk plaatsen, wordt het uiteindelijk vallen.

De machtsongelijkheid tussen God en ons is echter nooit bedreiging, maar juist een bron van vertrouwen: Zijn macht verwordt nooit tot misbruik; Zijn macht is er alleen opdat het ons beter gaat. Hij maakt ons innerlijk en vervolgens ook uiterlijk vrij, om van harte Hem te volgen en van Hem te leren en zo het geluk te vinden dat niet voorbijgaat [Mt 11,29. 1Tes 2,13]. Onderweg voedt de Almachtige ons en maakt Hij groten en kleinen één [Joh 12,32]. Te midden van alle boosheid en angst van nu geeft het Evangelie een nog diepere betekenis aan “hashtag me too”; ja, dit Goede Nieuws geldt “ook voor mij”. God-dank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciale Overste van de Passionisten in Nederland