Iederéén is uitgenodigd

28e zondag door het jaar, 15 oktober 2017
evangelie: Mattheüs 22,1-14
Jesaja 25,6-10a. Psalm 23. Filippenzen 4,12-14.19-20

Wat een mooi beeld: iedereen wordt uitgenodigd. Of vinden we het juist een verontrustend beeld? “Nodig uit wie je onderweg maar vindt” [Mt 22,9] In Jezus’ tijd stuitte dit Zijn toehoorders zeker tegen de borst. De leiders van het Volk [cf. Mt 21,45] richtten zich op de mensen die zich aan de regels hielden en fatsoenlijk leefden; díé hoorden erbij. Maar Jezus had bijzondere aandacht voor de mensen die in de marges terechtgekomen waren en afgeschreven werden: niet in de zin van “ach ja, met iedereen is wel wat,” maar “hoeren en tollenaars” [Mt 21,31v] – mensen die als groep buitengesloten werden en worden! Jezus werd erdoor geraakt dat zovelen de weg van God kwijt waren en verdwaald; mensen die doelloos leefden [cf. Mt 9,36] en zonder hoop.

Iedereen wordt uitgenodigd: de familie en vrienden uiteraard. Jezus doelt hier op Zijn volksgenoten, de Joden. Zij heetten het Volk van God. Na Pasen verstaan wij Gods Volk als de gemeenschap van gedoopten. Door (Zijn lijden en sterven c.q. door) het doopsel geeft de Heer ons toegang tot Zijn huis en neemt Hij ons op in Zijn familie. Vandaar dat wij elkaar broeders en zusters noemen [cf. Ef 2,11-20].

In de parabel van Jezus laten degenen die op de gastenlijst staan het echter massaal afweten. Ze hebben wel wat beters te doen, zogezegd [Mt 22,5]. We zien in het Nieuwe Testament dat veel van Jezus’ volksgenoten die Hij aanspreekt, geen gehoor geven: ze geloofden niet in Hem [Mt 13,54-58]. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, nu in onze streken gedoopten in groten getale afhaken: niet alleen gaan zij niet meer naar de kerk, ook brengen zij hun geloof niet meer in de praktijk in het dagelijkse leven. Sommigen zijn teleurgesteld of boos, voor anderen geldt: “Zaken gaan voor” [Mt 22,5]; “Geen interesse.”

Iedereen wordt uitgenodigd. In een tweede poging om mensen uit te nodigen voor het bruiloftsmaal van zijn zoon, laat de koning iederéén uitnodigen die zijn dienaren onderweg vinden [Mt 22,9]. En we zien dit in heel het evangelie gebeuren: mensen die niet tot het Volk van God gerekend werden, werden met de komst van Jezus wèl uitgenodigd. Daarin ging Hij heel ver, tè ver in de ogen van de leiders van het Volk: Jezus ging om intensief om met vreemdelingen en zondaars en àt zelfs met hen! [Mt 9,10 etc.] Hij eiste niet dat zij zich eerst zouden bekeren. De volgorde was juist omgekeerd: doordat Hij de mensen die ver weg waren, liet delen in Gods goedheid, keerden zij zich van harte om.

Denk maar aan het verhaal van Zacheüs: Jezus nodigt Zichzelf uit bij deze land-verrader en afperser. Mensen spreken er schande van. Maar Jezus laat Zich daardoor niet weerhouden; Hij is gekomen om te zoeken wat verloren was. En dan keert Zacheüs zich om [Lk 19,1-10].

Bij ons werkt het eerder andersom: wij verwachten dat iemand eerst tot inkeer komt. Dan pas willen wij met diegene omgaan. Maar in de parabel krijgt de dienaar heel uitdrukkelijk de opdracht om iederéén uit te nodigen en zo zien we dat zowel goeden als slechten als gast naar het feest komen [Mt 22,10]. Jezus draagt ons op om inclusief te zijn; niemand moet op voorhand worden uitgesloten. In Gods Kerk is geen ruimte voor vooroordeel, racisme en enige andere vorm van discriminatie. Als Jezus een menigte mensen geneest en te eten geeft, gaat Hij niet eerst na of ze wel echt geloven [Mt 4,23v. 8,5-17. 9,35. 12,15. 14,13-21.15,21-38. 19,2. 21,14]. Het is veeleer andersom: degenen die Hij geneest en met wie Hij eet, komen tot geloof. In die lijn spreekt Paus Franciscus over de Eucharistie als medicijn; gezonde mensen hebben geen medicijn nodig, zieken wel [cf. Mt 9,12].

Iedereen is uitgenodigd. Dan komt het slot van het evangelieverhaal misschien toch als een shock. Iemand die niet voor het feest gekleed was, wordt eruit gegooid. Ons “ja” op de uitnodiging van Godswege is blijkbaar niet vrijblijvend. We kunnen dus niet ingaan op de uitnodiging denkend dat aan ons niets hoeft te veranderen. Wie komt naar het feestmaal dat God heeft aangericht [Js 25,6-10a], dient zich er wel voor te kleden.

De apostel Paulus gebruikt dezelfde beeldspraak, waar hij zegt: “Bekleed u met de nieuwe Mens” [Ef 4,24]. Hm, is het dan tòch een voorwaarde om te komen dat wij perfect zijn? Wie kan dan nog gered worden? [Mt 19,25] Paulus legt uit dat je bekleden met de nieuwe Mens betekent dat je steeds meer mens wordt zoals God de mens heeft bedoeld [Kol 3,10]. Daartoe wil Hij ons Zijn Heilige Geest geven, met het doel dat wij gróéien in geloof, hoop en liefde, dat wij mensen wòrden van goedheid, vriendelijkheid en geduld, rechtvaardigheid en barmhartigheid [Ga 5,22v]. Paulus erkent dat ook hij zijn doel nog niet heeft bereikt. Hij wil dit niet bereiken door slaafs regeltjes na te leven (zoals de Joden die niet in Jezus geloofden [Ga 3,1-14 etc. cf. Heb 7,27v]), maar hij wil in zijn doen en laten en steeds meer gaan lijken op Christus [Fil 3,6b-12] en hij laat zich onderweg ook helpen [Fil 4,14]. Dàt is de houding van iemand die zich met de nieuwe mens heeft bekleed, die open staat om de gaven van de Heilige Geest te ontvangen. En de kerkelijke leer is bedoeld om ons te helpen op die weg.

Iedereen is uitgenodigd. Een voorbeeld tot slot. Toen ik op een zondag dienst had in ons bedevaartsoord in Munstergeleen, de kapel van de heilige Pater Karel, kwam er een man in motorpak binnen. “Hell’s Angels” stond er op zijn jack. Ik was enigszins verbaasd. “Ik wil graag naar binnen,” zei hij. “Maar ben ik wel welkom?” Ik krijg er nòg kippevel van. God weet waarom hij gekomen was, maar dat doet er niet toe... Ik hoorde mezelf antwoorden: “Iedereen van goede wil is hier welkom.” De man had tranen in zijn ogen. Hij had zich zichtbaar bekleed met de nieuwe mens.

Iedereen is uitgenodigd [Js 25,6v]. Wij komen hier samen om “heil en genezing te vinden” [cf. prefatie] en te groeien in mens-zijn zoals de Eeuwige de mens heeft bedoeld. Mogen wij door het deelnemen aan deze Eucharistie steeds meer gaan lijken op deze Mens [cf. Ef 4,13], zodat wij het goede van Godswege van harte kunnen ontvangen en delen met degenen die wij tegenkomen onderweg, voor nu en hierna. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland