Wijngaard

27e zondag door het jaar, 8 oktober 2017
evangelie: Mattheüs 21,33-43
Jesaja 5,1-7. Psalm 80. Filippenzen 4,6-9

Beelden blijven beter hangen dan redeneringen. Beeld plus boodschap blijven je bij. De wijngaard was in Jezus’ tijd een herkenbaar beeld, omdat op goede, vruchtbare grond veelal druiven werden verbouwd om wijn van te maken.

Om een stuk land tot wijngaard te maken, moest men wel een en ander doen: stenen en wilde planten verwijderen, de wijnstokken planten en regelmatig snoeien. Waar wij sloten graven en prikkeldraad zetten, bouwden zij muurtjes, hoog genoeg om het grazende vee en mensen met verkeerde bedoelingen buiten te houden. En omdat in die regio de regen niet zo frequent en overvloedig valt als hier, was en is de irrigatie een grote zorg; zonder water geen oogst en uiteindelijk betekent het de dood van de wijnstokken.

Daarom leent het beeld van de wijngaard zich zo goed voor het Beloofde Land: door God bereid voor Zijn volk. Het is een rode draad door heel het Oude Testament: de Eeuwige bevrijdt Zijn volk van de slavernij van Egypte – altijd maar werken. Hij laat het wonen in vrede en om die vrede te bewaren en door te geven, geeft Hij instructies (de Geboden) en talenten en inspiratie. Het gegeven land is vruchtbaar. Dus, alle mogelijkheden, alle “succes-factoren” zijn er. Desalniettemin gaan mensen steeds weer heilloze wegen en gaat het mis. Vooral de leiders van het volk krijgen er van langs [cf. Mt 21,23], omdat zij geleerd zijn maar niet wijs, en machtig maar onrechtvaardig. Zij hebben van Godswege het vertrouwen gekregen en hebben voor heel het volk een voorbeeldfunctie, maar maken dit niet altijd waar.

In het verlengde hiervan kunnen wij Gods wijngaard zien als beeld van de geloofs-gemeenschap: Christus als hoeksteen, als grondlegger van de Kerk [Mt 23,42]; met Hemelvaart vertrok Hij “naar den vreemde” en liet Hij haar over aan wijnbouwers. De bisschoppen en priesters zijn dan de wijnboeren met een grote verantwoordelijkheid, maar in feite zijn wij in deze beeldspraak àllen wijnbouwers. Welke vruchten hebben wij als Kerk door ons doen en laten samen voortgebracht? De laatste jaren hebben vooral de zure druiven de aandacht gekregen. Na een periode van ontkerkelijking werd de Kerk de risee van de maatschappij: “Waarom hebt Gij zijn omheining verwoest, zodat wie langskomt kan plukken? De wilde zwijnen woelen hem om, het vee van het veld graast hem af” [Ps 80,13v. Js 5,6v]. Het gebed in Psalm 80 om bescherming van de wijngaard is oprecht. Toch maken zowel de profeet Jesaja als Jezus ons ervan bewust dat de hulp van boven dóór mensen komt, door de wijnbouwers, door ons. Want wij worden door de Heer geroepen, begiftigd en geïnspireerd, om mee te werken in Zijn wijngaard en zoete druiven te oogsten [cf. Mt 20,1].

De beeldspraak van de Schrift hoeft niet beperkt te worden tot de Kerk. De Heer heeft immers heel de aarde geschapen [Ps 124,8] als een tuin [Gn 2,8], als een wijngaard [Js 24,13. Ap 14,14-19]: vruchtbare grond, geschikt gemaakt om te bewonen [Js 45,18] en om er de vruchten van te eten [Ps 67,7]. De Schepper laat de aarde met al wat erop is over aan de zorg van mensen. Echter, de mens gaat er vervolgens mee om alsof het zijn eigendom is. Wij planten onze vlaggen: “Dit land is van mij, van òns!” [cf. Mt 21,38] In gelovig perspectief is echter niets op aarde van ons, maar alles van Degene Die wij “God” noemen [Ps 24,1v]. “God” is in deze zienswijze geen concurrent van de mens of een schuldeiser, maar de Garantie dat wij nooit bang hoeven te zijn [Ps 46]. Daarom is Hij zeer welkom in ons leven [Ps 24,5-10 vs. Mt 21,38v].

De wereld als de wijngaard van God: het is een nòg krachtiger beeld dan de seculiere ekologische bewegingen en mensenrechtorganisaties gebruiken; want wij, gelovigen, zorgen voor mensen van nu en beheren de aarde voor het nageslacht uit dankbaarheid, omdat wij ons realiseren dat àl het goede ons door Hem gegéven is! [cf. 1Kor 4,7. Fil 4,6] De heilige Franciscus van Assisi die wij deze week (4 oktober) vierden, lééfde vanuit die dankbaarheid. En in onze tijd bevordert zijn naamgenoot, onze huidige paus, Franciscus, in zijn schrijven (o.a. Laudato Sí) en in alles wat hij doet een levenshouding die zoete vruchten voortbrengt.

De wereld, de Kerk, onze eigen familie, ons eigen leven, lichaam en ziel [bijv. Hl 1,6. 8,12] als een door God gereedgemaakte wijngaard... In het verhaal stuurt de Heer dienaren en Zijn Zoon om de opbrengst van de wijngaard in ontvangst te nemen. M.a.w., de profeten en Christus komen niet zozeer iets brengen, ons vertellen wat wij moeten doen; veeleer zendt de Eeuwige zulke mensen op onze levensweg om het goede, het levengevende in ons naar boven te halen. Het doel is dat wij dáádwerkelijk vruchtbaar zijn in waarachtigheid en goedheid voor elkaar en voor alles wat ons is toevertrouwd [Fil 4,8]. Gezanten van Godswege kun je herkennen in de grote voorbeeldfiguren van deze tijd, maar eveneens in vriend èn vreemdeling die ons wakker schudden en confronteren, onze vruchtbare grond omwoelen en ons bijsnoeien, zodat het beste in ons naar boven komt: geen wilde, maar zoete druiven.

Het smeekgebed van Psalm 80 heeft betrekking op de wijngaard van Gods volk en daarmee ook op heel de mensheid en ieder van ons; wij genieten als mens de bijzondere liefde van de Schepper. In Zijn ogen zijn wij deel van het probleem, maar bovenal heeft Hij ons gekozen als een essentieel deel van de oplossing. Want zonder wijnbouwers zal Zijn wijngaard compleet verwilderen. Kortom, wie Psalm 80 bidt, beseft niet alleen de realiteit van de krisis van “Stad en wereld”, maar vooral ook de gegeven mogelijkheden om als Gods wijngaard goede vruchten voort te brengen.

Zoals Hij met regen vruchtbare grond drenkt en ranken zoete druiven laat voort-brengen, zo voedt Hij ons in de Eucharistie. De eucharistische wijn is zoet, opdat wij ook próéven hoe goed de Heer is [Ps 34,9]. In de ervaring hier van verbondenheid met Hem en met elkaar kunnen wij nog bewuster van binnenuit groeien in de vrede die ons leven vervult [Fil 4,9]. Dus: niet altijd maar werken, als slaven in Egypte, maar de wijngaard, de erfenis van het Rijk Gods dankbaar ontvàngen en het beste dat eruit voortkomt teruggeven en delen, omwille van het geluk dat blijft, nu en hierna. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland