10 miljoen jaar

24e zondag door het jaar, 17 september 2017
evangelie: Mattheüs 18,21-35
Sirach 27,30-28,7. Psalm 103. Romeinen 14,7-9

Toen ik studentenpastor was in Rotterdam, merkte ik dat menige student was verslaafd aan games, computerspellen. Mij viel daarbij op dat de meeste van deze games zijn gebaseerd op geweld en tegengeweld: op vergelding dus. Zulke computerspellen weerspiegelen hoe het er in onze wereld veelal aan toegaat: in het groot, maar eveneens op de speelplaats van school: de een geeft een klap; de ander geeft een klap terug of meerdere klappen. Wie het hardste slaat heeft gewonnen. Zoiets.

Wraakzuchtige computerspellen weerspiegelen niet alleen wat er gebeurt; zij beïnvloeden ook ons gedrag en onze beleving. Of je nu jonger bent of ouder, de cyclus van geweld en tegengeweld vinden wij onderhand normaal; het valt ons niet eens meer op. Hierom dacht ik: zou er een computerspel kunnen zijn waarbij je wint, als je vergeeft? Kan zo’n game een commercieel succes worden? Ik zou er mijn naam wel aan willen verbinden!

Vergeven lijkt op het eerste gezicht iets wat typisch bij de Kerk hoort. Als je jezelf niet-gelovig noemt of niet religieus, hoef je er ogenschijnlijk niks mee. Waarom zou je? Wel, volgens psychologen is vergeven een teken dat je sterk bent. Dit geldt voor iedereen: in staat zijn om een ander te vergeven, heeft te maken met innerlijke kracht, stabiliteit, met geestelijke gezondheid. Wie kan vergeven, het kwade van een ander achter zich kan laten, vindt een nieuw evenwicht, rust in z’n hoofd en vrede in z’n hart. Wie vergeeft laat zijn leven niet bepalen door het slechte dat hem/haar is aangedaan.

Voor gelovigen staat vergeven bovendien nog in een breder perspectief, zoals we hoorden in de Schriftlezingen. Als iemand jou om vergeving vraagt, realiseer je dan dat je zelf ook iemand bent die vergeving nodig heeft: sowieso van God. De Eerste lezing is helder: Hoe kun je vergeving vragen aan God, als je zelf niet vergeeft? Zoals wij bidden in het Onze Vader: “Vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren” [Mt 6,12 cf. Ef 4,32].

Misschien kun je niet vergeven omdat je de daden van de ander letterlijk onvergefelijk vindt, of omdat diegene meerdere keren jegens jou in de fout is gegaan, wel 7 keer of nog vaker! Inderdaad, dan valt het niet mee…

Het evangelie geeft ons daarom een beter inzicht: de schuld die mensen t.o.v. elkaar hebben staat in géén verhouding tot onze schuld jegens God. In het verhaal was de schuld van de ene dienaar aan de ander 100 denariën, d.w.z. het loon van 100 dagen [vgl. Mt 20,9v]. De schuld van deze dienaar t.o.v. zijn heer was echter 10.000 talenten. Een talent is wat een dagloner in duizend jaar verdient. Deze schuld is dus het loon van 10 miljoen jaar!! M.a.w. niemand kan zijn schuld t.o.v. de Heer betalen [Ps 49,8. Mt 18,26]; gelukkig doet een Ander dit voor ons [cf. Mt 20,28. 1Tim 2,6; Js 43,1. 44,22]. Hij scheldt het ons kwijt [Mt 18,27 cf. Ps 103,12]. Dáárom dienen wij – uit dankbaarheid – ook elkaar te vergeven, elkaar van harte schulden kwijt te schelden!

Voor wie gelooft of probeert te geloven, is dit principe duidelijk. Maar in de praktijk kan dit desondanks heel erg moeilijk zijn. Want wat mensen elkaar aandoen, voelt dikwijls veel erger dan “het loon van 100 dagen”, zeker als je de pijn ervan voortdurend met je meedraagt. Zovelen zijn getraumatiseerd… Mensen kunnen in hun ziel en in hun lichaam zó diep gewond zijn.

Wie ben ik dan, wat is de Kerk dan, ja, wie is Jezus dan, om te zeggen dat je moet vergeven? Want dat is de vraag van Petrus – en misschien ook die van ons: hoe vaak moet je vergeven als je een goede gelovige wilt zijn, een waarachtige leerling van Christus? Hoe vaak?

Wie goed leest, ziet dat Petrus vraagt hoe vaak hij moet vergeven, maar dat Jezus in Zijn antwoord het woord moeten niet gebruikt. Noch in het Evangelie noch in de Eerste lezing wordt gezegd dat wij moeten vergeven; veeleer worden wij van Godswege overtúígd om te vergeven; wij worden ertoe bewogen om te vergeven van binnenuit.

De Heer maakt ons vandaag namelijk bewust dat ons vergeven van elkaar alles te maken heeft met de vergeving die wij van God nodig hebben. Hij laat ons inzien dat wat er tussen mensen is – een schuld van 100 dagen – in geen verhouding staat tot wat er tussen een mens en God is: een schuld van 10 miljoen jaar.

Toch, iedere mens blijft vrij. Niemand wordt gedwongen om te vergeven. Dikwijls kost het veel tijd en pijn en moeite. Het is nodig dat de benadeelde of gekwetste mensen hun verhaal kunnen vertellen en hun emoties kunnen uiten, het verleden kunnen verwerken.

Je kunt gewoon zien dat mensen die – vroeg of later – in staat zijn om van harte te vergeven en “het” àchter zich kunnen laten, vrede vinden. Maar dit gebeurt alleen als de vergeving van binnenuit komt, omdat ze eraan gewerkt hebben en er zelf aan toe zijn. De psychologie constateert dat de mens zo in elkaar zit. Met “onze” woorden zeggen wij: Zo heeft God de mens gemaakt. En het is God Zelf Die ons door de Heilige Geest ertoe beweegt, dat wij uiteindelijk over onze pijnen heen stappen en van harte vergeven, van binnenuit. Jezus leert het ons zelfs nog vanaf het Kruis, als Hij zegt: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen” [Lk 23,34 cf. 1Kor 2,8].

Zovelen gaan gebukt onder de pijn die door anderen is aangedaan. Zovelen worden verteerd door rancune en bitterheid en stellen zich onverzoenbaar op, gevangen in het eigen gekwetst zijn. Maar ook anderzijds: zovelen lijden omdat hun oprechte excuses niet worden aanvaard. In videogames en in de werkelijkheid zijn woede, agressie en vergelding gewoon geworden. Onbekendheid met een Bijbelse visie op vergeving, maakt dat teveel mensen onrustig in een kringetje blijven ronddraaien van pijn, wrok en wraak.

Het alternatief? “U hebt vergeven. U wint. Game over.” Voor ons is dàt de realiteit. Want in de Eucharistie vernemen en vieren wij dat God Zich met vergevingsgezinde mensen wil verzoenen, ondanks van alles [Mt 18,35]. Door het aanbod van de Eucharistie laat de Almachtige ons delen in Zijn kracht, zodat de weg van vergeving en verzoening voor ons open ligt om te bewandelen [cf. W 11,23]. Door dit Sacrament worden wij opnieuw verbonden met Hem [want: Rm 14,7-9] en met elkaar en zo worden wij gesterkt op deze weg. Vergeven is namelijk geen game en ook geen quaestie van móéten, maar een beslissing die onszelf en de ander vrij maakt en ons brengt tot welzijn en heil [Lk 6,37 cf. Joh 8,11]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland