Genieten

23e zondag door het jaar, 10 september 2017
evangelie: Mattheüs 18,15-20
Ezechiël 33,7-9. Psalm 95. Romeinen 13, 8-10

We genieten ervan: slepende burenruzies, familieleden die al jaren geen contact meer hebben, vrienden die vanwege een krisis het contact verbreken. Op de televisie wordt het ons uitgebreid getoond, op het genante af. Genieten? Soms kijk ook ik die programma’s, dikwijls met verbijstering: hoe kan het dat mensen die zo nauw verbonden zijn, zó met elkaar omgaan, elkaar behandelen alsof ze lucht zijn? Hoe kan het dat een relatief klein, oplosbaar of overkomelijk probleem zó groot wordt, dat het tot een breuk leidt?

Vandaag krijgen we in het evangelie waarlijk een lesje conflictbeheersing. En als alle mensen die zich christen en gelovig noemen, deze les in de praktijk zouden brengen, zou de wereld en de Kerk er vandaag de dag tamelijk anders uitzien. Want het navolgen van Christus strekt verder dan de sexuele moraal en de sociale leer, zogezegd. Omwille van een gelukkig leven draagt Jezus ons op om voor elkaar zo goed als God te zijn, d.w.z. uiterst goed, rechtvaardig en barmhartig voor iedere mens, zowel goeden als kwaden [Mt 5,45-48. Lk 6,35v]
– want er is in de hemel vreugde over een zondaar die zich bekeert [Lk 15,10]. Maar in situaties van onenigheid en conflict, gedraagt menige christen zich als een losgeslagen heiden: alle remmen los.

Laten we de vier stappen van Jezus daarom eens langslopen. Om te beginnen: spreek met elkaar onder vier ogen. Daar gaat het vaak al mis. Veeleer laten we ons bepalen door onze gevoelens: we voelen ons gekwetst, zijn boos, moe en gefrustreerd en we kroppen onze gevoelens op. De ander die deze gevoelens heeft opgeroepen, wordt genegeerd: een vreemd soort zelfbescherming. Wie zo handelt, veroordeelt zijn naaste, want je geeft hem geen kans om tot inzicht en inkeer te komen, zich te verontschuldigen en te veranderen [cf. Ez 33,7-9]. Bovendien, het kan zijn dat de gevoelens die je ervaart, volkomen onterecht zijn: alles kan berusten op een misverstand of – dat kan ook nog – wellicht ligt het probleem bij jou.

Jezus’ tweede stap is nodig als je er met z’n tweeën niet uitkomt: vraag hulp aan iemand die je vertrouwt, één of twee mensen die maar één belang hebben: dat jullie er samen uitkomen. Ook hier kan het goed misgaan. Hoe vaak gebeurt het niet dat, als we er samen niet uitkomen, we het probleem op straat gooien. Met jan-en-alleman praten we erover hoe verkeerd die ander wel niet bezig is. Zelf heb je natuurlijk niks fout gedaan! De ander wordt publiekelijk afgebrand [cf. Sir 6,9]. Het helen van de breuk lijkt dan verder weg dan ooit.

Een derde stap, als je er ook met hulp van een ander niet uitkomt: je zoekt het hogerop. Steeds vaker stappen we tegenwoordig naar de burgerlijke rechter. Als het zaken betreft die buiten het terrein van de geloofsgemeenschap liggen, is dat soms begrijpelijk. Als het echter om een probleem gaat binnen de Kerk, is het – tenzij in geval van een misdrijf – beter om het binnen de geloofsgemeenschap op te lossen; niet alleen omdat de media hun vingers aflikken bij binnenkerkelijke problemen, maar vooral omdat gelovigen elkaar op een andere manier kunnen aanspreken: een waarde als vergevingsgezindheid weegt immers zwaar bij ons, maar niet in de burgerlijke rechtspraak [bijv. Mt 6,12-15. 18,21-34].

De vierde en laatste stap: als je dan nog niet tot een verzoening komt, beschouw de boos-doener dan als “een heiden of een tollenaar,” zegt Jezus. Mooi zo; daar ben je dan van af. Of toch niet? Want hoe gaat Hij ook alweer om met tollenaars, zoals Mattheüs [Mt 9,9-13] en Zacheüs [Lk 19,1-10]? En geeft Jezus na de verrijzenis niet de opdracht om aan “alle volken”, d.w.z. de heidenen, het goede nieuws te verkondigen – in woorden en met daden? [Mt 24,14. 28,19] Als Jezus’ leerlingen dus iemand als heiden of tollenaar moeten beschouwen, betekent dit dat wij ons des te meer dienen in te spannen voor de persoon in kwestie! Ja, in sommige situaties kun je je volstrekt machteloos voelen.

Toch kun je dus niet met een beroep op Jezus’ woorden een ander definitief afschrijven; dat komt alleen God Zelf toe [Ez 33,8a vgl. ook Mt 7,1v].

Dit lesje conflictbeheersing is niet zomaar een morele instructie. De eensgezindheid onder ons waar Jezus voor pleit [cf. ook Joh 17,1-26], is zo van belang, omdat Hij ons een grote verantwoordelijkheid geeft: wat we binden en ontbinden op aarde, zal ook in de hemel al dan niet gebonden zijn [Mt 18,18]. M.a.w., leerlingen van Jezus Christus, christenen, zijn bedoeld om op aarde als een instrument van Gods liefde en gerechtigheid te zijn. Normaal gesproken denken we er misschien niet zo over na, maar wie een conflict bijlegt en zich verzoent met de ander, doet in Jezus’ ogen het werk van God!

Bovendien is die onderlinge eensgezindheid nodig om van God te verkrijgen wat we nodig hebben. Denk aan vrede: we kunnen God er eindeloos om bidden en laten we dit ook blijven doen! Maar als wij onderling in onvrede leven, hebben wij helemaal niet de vrijheid en de openheid om die vrede ook te ontvangen. Dan blijven we hangen in onze boosheid en blijven we teveel met onszelf bezig, met ons eigen lijden en ons eigen gelijk.

“Waar er twee of drie verenigd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” [Mt 18,20]. Hier belooft Christus dat Hij aanwezig is in de eensgezindheid van verzamelde mensen. Het samen vieren van de Eucharistie is een vervulling van die belofte. Want ondanks onze onenigheid geeft Hij ons allen deel aan hetzelfde Brood (dat Hij Zelf is) [1Kor 10,16v]. Tegelijkertijd is deze Communie als een medicijn dat ons geneest van de zonde van verdeeldheid.

Hijzelf is in ons midden. Verzoening met onze naaste, leven in onderlinge gemeen-schap, dàt is in Gods ogen te genieten! [Ps 133,1] Laten we daarom eensgezind vragen om datgene wat we nodig hebben om goed samen te leven: nu en hierna – tot welzijn en heil van ons allen en tot eer van Zijn Naam. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland