Proeft en ziet hoe goed de Heer is

Zilveren professie Pater Mark-Robin Hoogland cp, 6 september 2017
evangelie: Lukas 23,27-46
Lezingen: Jesaja 49,1-6. Psalm 34. 1Korinthiërs 1,18-25

Vandaag realiseer ik mij dat ik meer dan de helft van mijn bestaan als Passionist door het leven ga. Daarvoor kan ik alleen maar dankbaar zijn: jegens Degene Die wij God en Onze Vader noemen, Die daartoe de Inspiratie geeft, en jegens medebroeders, familieleden, vrienden en vele anderen, die zijn als een gave en soms ook als een opgave.

In het bestek van een overweging zou ik kunnen proberen om 25 jaar Passionist zijn samen te vatten of mijn motivatie precies te beschrijven. Maar voor degenen die mij een beetje, spreken de Schriftteksten uitgekozen voor deze dag voor zich, hoop ik. Na contact met het orthodoxe christendom [waar zogezegd het Lijden volledig overschaduwd wordt door het licht van Pasen] in Rusland vorige week ben ik mij wel weer op een nieuwe manier bewust geworden wat het voor mij betekent om Passionist te zijn: om, zoals in de Schrift, het lijden van Christus als brandpunt te zien van Gods genadig bezig zijn met ons en om zo aandachtig te blijven voor degenen die vandaag de dag een kruis dragen, dichtbij en verder weg. Wij, Passionisten, realiseren ons dat deze focus aan het leven betekenis en richting geeft: voor onszelf, voor andere gelovigen en zelfs voor hen die zich niet-gelovig noemen.

Wij hebben dus geen monopolie op het Lijdensverhaal, zogezegd. Wel is ons onderweg naar het Koninkrijk van God de bijzondere aandacht hiervoor toevertrouwd als een speciaal charisma. In elke tijd en situatie dient deze Memoria Passionis [de eerste gelofte van Passionisten: om de herinnering aan het Lijden van Christus levend te houden] opnieuw vertaald te worden, zo dat het ten goede komt aan de mensen om ons heen [Mt 16,24v].

Ik vind het mooi om te zien dat wij, Passionisten, hier wereldwijd mee worstelen: in “het Westen” evengoed als in Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Want God en het Evangelie blijven dezelfde, maar in de schepping verandert altijd alles. Dit zoeken is daarom niet iets van de laatste tijd: ook Paulus van het Kruis heeft heel zijn leven gezocht en na zijn dood is dat zoeken door zijn medebroeders alleen nog maar intensiever geworden.

In dit zoeken hier en wereldwijd houden drie aspecten mij momenteel met name bezig. Als eerste noem ik onze plaats in de geloofsgemeenschap die de Kerk is: religieuzen zijn nooit ter bevestiging van de status quo, maar altijd omwille van iets wat in Kerk en maatschappij van harte wordt gemist. Het priesterschap kan ons hierbij een hulp zijn, maar óók kan het in de weg staan, bijv. als wij ons priesterschap voorop stellen of dreigen op te gaan in de kerkelijke structuren en in ons werk.

Een volgende uitdaging hier en wereldwijd zie ik voor ons in de spanning tussen individuele vrijheid en gemeenschapsleven. Mijn ervaring is dat zelfontplooiing en verbondenheid op zich goed samengaan. Toch leidt dit spanningsveld ook tot krises, zowel bij nieuwe kandidaten als bij lang geprofeste leden en in een gemeenschap als geheel. We leven immers allen in dezelfde geïndividualiseerde wereld. Kiezen voor gemeenschapsleven onderscheidt ons, religieuzen; het is een centraal kenmerk van religieus leven. Maar hoe dit concreet gestalte krijgt, daar moeten we samen naar zoeken.

Een derde quaestie hier en wereldwijd is voor mij die van de evangelische armoede: aan welke kant staan wij in deze wereld waarin de kloof tussen arm en rijk almaar groter wordt. Waaruit blijkt onze solidariteit? Zijn in het dagelijkse leven onze eenvoud èn onze feestelijkheid een getuigenis van ons geloof, onze hoop en onze liefde in de wereld die lijdt onder deze tweedeling? Nauw hiermee verwant is het thema van de JPIC, of in gewoon Nederlands: gerechtigheid, vrede en behoud van de schepping. Het is de roeping van heel de Kerk, volgens Paus Franciscus in Laudato Sí, dus zeker ook onze roeping. Onze geloften maken ons vrij – hoop ik – om in deze tijd in Gods Naam hiervoor te gáán. Ik, deze gemeenschap, onze Provincie, onze Congregatie zal waarschijnlijk niet heel de wereld veranderen. Maar in het licht van de Eerste lezing is voor mij een vraag of wij naar onze roeping en met Gods hulp een inspirerend voorbeeld zijn, een waarachtige inspiratie voor degenen die wij ontmoeten...

Kortom, wat maakt het uit dat er religieuzen zijn, dat wij religieuzen zijn, dat wij Passionisten zijn, dat ik dat ben... Dan gaat het niet primair om ons aantal of om onze leeftijd, onze talenten, geaardheid of uiterlijke omstandigheden, maar om keuze, ons antwoord: met hart en hoofd en handen. Dan gaat het niet zozeer om intellectuele antwoorden, maar om gelééfde antwoorden. Zulke antwoorden vinden we door in gebed en meditatie te luisteren, door naar elkaar te luisteren, door te delen wat ons beweegt en zo samen te groeien als mens en als gemeenschap: wereldwijd, in de Configuratie, in de Provincie, maar vooral lokaal, want dáár gebeurt het: in Haastrecht, Marienberg, Munstergeleen, Beuningen, Sittard, Oudewater en Gouda, Limburg an der Lahn, Minsteracres, Malang en Jakarta.

Ik beschouw het als een voorrecht om vanuit de spiritualiteit van onze Congregatie te mogen leven en om dit in verbondenheid met anderen te kunnen doen. Het vervult mij met grote dankbaarheid dat ik zo mag proeven en zien hoe goed de Heer is [Ps 34,9], dat ik mij ondanks teleurstellingen en tegenslagen die er ook zijn, gedragen weet: door de Eeuwige Zelf èn door medebroeders, mijn naaste familie en dierbare vrienden, die ik daarom heb uitgenodigd voor vandaag en gevraagd heb om mee te vieren.

Ende toekomst van onze Congregatie, het religieuze leven en de Kerk als instrumenten van Gods vrede en gerechtigheid? Die toekomst ligt weliswaar in Gods hand, maar het is wel de bedoeling dat wij van harte met Hem meewerken. Bezorgd ben ik zeker. Maar ik ben niet het type dat lijdzaam gaat toezien hoe alles minder wordt: “Met mijn God spring ik over elke muur” [Ps 18,30]
– voor mij een uitdrukking van de Memoria Passionis [cf de dood als een muur].

Tenslotte, afgelopen zondag werd ik er diep door geraakt: “Gij hebt mij verleid,” zei de profeet Jeremia tot de Eeuwige [Jr 20,7]. Zo voelt het wel een beetje na 25 jaar. Want religieus leven is toch ook een vorm van dwaasheid [cf. 1Kor 1,23]. En tegelijkertijd, door de Heer verleid worden tot het geluk dat je ten diepste verlangt en waar je zelf niet op zou komen en dat je niet zelf zou kunnen maken, is pure genade.

Proeft en ziet daarom met mij in deze Eucharistie en hierna hoe goed de Heer is, opdat wij in verbondenheid blijven groeien in liefde, hoop en geloof, omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. God dank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland van de B.M., C.P.


Openingsgebed
Barmhartige, Eeuwige,
Dankbaar voor uw Inspiratie
en voor al het goede dat U de afgelopen jaren hebt geschonken,
komen wij hier samen
rond Uw Woord en Uw tafel.
Maak mij en ons allen hier opnieuw ontvankelijk voor Uw genade,
Dan kunnen wij van harte ontvangen wat U ons wilt geven
en zullen wij groeien in geloof, hoop en liefde.
Dit vragen wij U in de Heilige Geest
door Christus, onze Heer. Amen.


Gebed over de gaven
Levende en levengevende God,
Aanvaard met deze gaven van brood en wijn
ook met open armen
de gave van ons eigen leven.
Wij vragen U dat wij door dit sacrament met U verenigd worden
en door de kracht van Uw Geest
in onze houding, woorden en daden
steeds meer gaan lijken op Uw beminde Zoon,
Jezus Christus, onze Broeder en Heer,
die met U leeft en liefheeft tot in eeuwigheid. Amen.


Gebed na de Communie
Almachtige, God-met-ons,
Wij hebben U gezocht en wij werden door U gevonden.
Woorden schieten tekort om onze dankbaarheid hiervoor uit te drukken.
Aan het eind van deze viering vragen wij U:
Houd ons samen en
blijf ons vergezellen op onze pelgrimstocht van het leven
op weg naar Uw Koninkrijk.
Laat ons zo het geluk vinden dat U voor de mens hebt bedoeld,
tot wij geborgen zijn in Uw eeuwigheid. Amen.